donderdag, 19 augustus 2010 21:09

ACTA onderhandelingen bedreigen vrij internet.

Vrijbit steunt de oproep om een eind te maken aan de geheime onderhandelingen over het handelsverdrag ACTA. Wij willen dat het Anti-Namaak Handels Verdrag (ACTA) zich beperkt tot het bestrijden van namaakproducten. En dat het niet gebruikt wordt als mogelijkheid om strafrechtelijke en civielrechtelijke maatregelen overeen te komen die een eind maken aan het vrije gebruik van internet. We dringen erop aan dat de onderhandelingen bovendien niet langer in het geheim plaatsvinden, maar dat het transparant is hoe het verdrag tot stand komt.

De inhoud van ACTA leidt tot een inperking van fundamentele rechten

Anders dan de naam doet vermoeden is de Anti-Counterfeiting Trade Agreement (ACTA) niet beperkt tot de bestrijding van namaakgoederen.

In de verdragstekst is een uitgebreid hoofdstuk over de handhaving van intellectuele eigendomsrechten in de digitale omgeving opgenomen. ACTA heeft daarmee gevolgen voor het grondrecht op communicatievrijheid. En dus voor de democratische rechtsstaat, onze kenniseconomie en de persoonlijke vrijheid van internetgebruikers.

Uit de onderhandelingsteksten volgt dat de partijen online-tussenpersonen willen inzetten bij de handhaving van intellectuele eigendomsrechten. Ook staan de onderhandelingspartners in ACTA verdergaande schadevergoeding en striktere handhaving van het auteursrecht jegens individuele gebruikers voor. En aan de hand van een recent uitgelekte tekst kan worden opgemaakt dat zelfs het linken naar inbreukmakend materiaal als auteursrechtinbreuk zou kunnen worden aangemerkt.

ACTA zou zo het grondrecht op communicatievrijheid en de persoonlijke vrijheid van internetgebruikers kunnen beperken. De rol van online tussenpersonen als neutraal doorgeefluik zal verder onder druk komen te staan. Dat kan leiden tot zelfcensuur van onze informatie-infrastructuur en repressieve handhaving van het auteursrecht jegens individuele internetgebruikers.

Bedreiging van vrij internet via ACTA:

Via het anti-namaakverdrag (ACTA) zou men voortaan enkel gebruik mogen maken van internet als de gebruiker betaalt voor wat er in het geheim via ACTA als verplichte betaling voor goederen en intellectueel eigendom wordt afgesproken. Als sanctie kunnen mensen worden afgesloten van vrije toegang tot internet.

De Nederlandse ministers betrokken bij deze onderhandelingen, schreven op 15 maart 2010 aan de Tweede Kamer dat het ‘niet zo’n vaart zou lopen’ met het afsluiten van internetsites van gebruikers die bijvoorbeeld na drie waarschuwingen nog geen auteursrechten betaald hebben over muziek of films die zij van internet downloaden. Maar op 22 maart bleek in Brussel dat internetproviders wel degelijk via aansprakelijkheidsstelling gedwongen zouden kunnen worden om gebruikers af te sluiten.

Protest

De vereniging Vrijbit is mede ondertekenaar van de gezamenlijke brief die een keur van verontruste organisaties, onder aanvoering van Bits of Freedom, hierover op 13 augustus heeft gestuurd aan het ministerie van Economische Zaken en de Europese Commissie

Belang van commercie

In de praktijk zal het afsluiten van internetverbindingen, uitsluitend via de ACTA-handhaving, inderdaad  zo’n vaart niet lopen. Het zou onvermijdelijk grote commotie teweeg brengen als mensen die een filmpje, foto, tekst of wat dan ook gratis zouden downloaden de toegang tot internet wordt ontzegd. Dat zou immers tot gevolg hebben dat door het afsluiten van internetverbindingen onevenredig grote belangen van gebruikers zouden worden geschaad. Het niet betalen voor commercieel beschermde goederen zou er dan toe leiden dat bijvoorbeeld gezinsleden, die van de internetverbinding van de ‘wanbetaler’ gebruikmaken, belemmerd worden bij het volgen van onderwijs. Of mensen hun inkomen kwijtraken doordat bedrijfsactiviteiten komen stil te liggen.

ACTA is bedoeld om commerciële belangen veilig te stellen. De afspraken die men nu wil vastleggen kunnen ook afgedwongen worden door de toegang tot internet af te knijpen. Dit verdrag geeft de aanzet om een nieuwe internetstructuur te ontwerpen waarbij gebruikers niet alleen voor de toegang tot internet betalen, maar ook voor het gebruik. Het wereldwijde web omvormen tot een commercieel te exploiteren medium vormt commercieel gezien een zeer lucratief perspectief.

Het afsluiten van gebruikers van internet levert geen profijt op. Men kan derhalve verwachten dat het afsluiten van internetverbindingen niet de weg is die bewandeld zal worden om commerciële uitbating te reguleren. Dat zal veeleer gebeuren door het ontwerpen van betaalsystemen waarbij vooraf via abonnementen betaald zal moeten worden voor het gebruik van internet.

De belangen zijn zo groot dat vrij internet snel tot het verleden zal gaan behoren als de commercie ongehinderd zijn gang kan gaan.

Belang van de overheid

Waar het betalen voor producten en diensten op internet commercieel wordt geregeld, ontstaat voor nationale en internationale mogendheden en veiligheids- en opsporingsdiensten de kans om meer greep te krijgen op het vrij gebruik dat dit nieuwe medium de bevolking biedt.

Overheden, ook in het zogenaamde ‘Vrije westen’ blijken doodsbang te zijn voor wat met de term netneutraliteit wordt aangeduid. Voor de schier onbeperkte mogelijkheden dus die internet momenteel biedt aan individuen om kennis te verwerven en snel en wereldwijd te kunnen communiceren.

Bovengenoemde instanties komt het buitengewoon goed van pas als ze over de mogelijkheid beschikken om gebruikers, waarvan men het onwenselijk vindt dat ze gebruik maken van internet, te kunnen laten afsluiten.

Het afsluiten druist echter in tegen de fundamentele grondrechten op vrije meningsuiting, vrijheid van communicatie en kennisvergaring. Mensen en groeperingen deze grondrechten ontnemen via democratische besluitvorming zou in het parlement op grote bezwaren stuiten. De rechtmatigheid van dergelijke wetgeving zou tevens in rechte met succes aangevochten kunnen worden.

De mogelijkheid om via een handelsverdrag dergelijke afspraken te maken, betekent dat er geen parlement aan te pas hoeft te komen. De beslissingen kunnen zo buiten de democratische besluitvorming in het parlement om genomen worden. En de rechtspositie van een individuele gedupeerde legt het bij voorbaat af tegen internationaal vastgelegde handelsverdragen. Omdat die per definitie als groot economisch algemeen belang zullen worden aangemerkt.

Nederlandse overheid is er actief tegenstander van om burgers in vrijheid gebruik te laten maken van internet

De Nederlandse regering was in 2005 nog erg gecharmeerd van de mogelijkheden die internet bood. Men sprak over Mediawijsheid als ontwikkeling tot nieuw burgerschap. Maar inmiddels hebben de bewindslieden van de kabinetten Balkenende de vaart er ingezet om ervoor te zorgen dat vrij gebruik van internet in Nederland zo snel mogelijk tot het verleden kan gaan behoren. Dit wordt bewerkstelligd door de combinatie van verschillende wetten en nieuwe wetsvoorstellen.

De wetgeving ‘Bewaarplicht telecommunicatiegegevens’, ook wel dataretentie genoemd zorgde ervoor dat alle gebruik van internet voor de overheid in principe toegankelijk te maken. Met wie, hoe vaak en hoe lang men telefoneert en e-mailt en welke websites men bezoekt wordt geregistreerd. De gegevens worden bewaard, zijn toegankelijk voor gebruik door justitie- en inlichtingen-en veiligheidsdiensten. En de gegevens worden niet als op zichzelf staande gegevens bewaard maar tevens gebruikt voor het samenstellen van gedragsprofielen.

Deze wetgeving beoogt niet om de georganiseerde misdaad (waaronder terroristen) te bestrijden omdat die uitgerekend de mogelijkheden en middelen heeft om deze controle-mogelijkheden te omzeilen. Het is puur een middel om de gewone burger in de gaten te houden en het gevoel te geven dat men in de gaten gehouden wordt. Het risico dat deze wetgeving zou sneuvelen in het parlement omdat hij indruist tegen fundamentele grondrechten werd omzeild door het als verplichte implementatie van Europese Richtlijnen te presenteren.

Recent is aan de waslijst van 34 wetsvoorstellen die sinds 2001 de persoonlijke vrijheid inperken, het wetsvoorstel ‘versterking(?) bestrijding(?) computercriminaliteit’ toegevoegd.

Dit voorstel regelt dat de vrijheid van de burgers om informatie of meningen te publiceren op internet door de overheid kan worden gereguleerd. Het Openbaar Ministerie (OM) zou de bevoegdheid krijgen om zelf te bepalen of men iets strafbaar vindt. En het OM zou tevens bevoegd worden om websites, waarvan men meent dat daar iets strafbaars op staat, ontoegankelijk te maken.

Hirsch Ballin, die Nota Bene als minister verantwoordelijk is voor zowel het departement waar ons land bestuurd dient te worden als het departement dat over de wetshandhaving gaat, stelt gewoon voor om de taak van de rechter af te schaffen. Enkel en alleen om het OM direct websites op zwart te kunnen laten zetten. Momenteel heeft alleen de rechter de macht om het blokkeren van websites te bevelen. De vrijheid van communicatiemogelijkheden van de eigen burgers is kennelijk zo beangstigend dat men er niet voor terugdeinst om ter beperking van deze vrijheid de rechterlijke macht buitenspel te zetten!

Samenhang wetgeving beperking internetgebruik

Wat dit voor de vrijheid van de burger betekent en waar dit toe leidt, wordt alleen duidelijk als men de maatregelen beziet met alle ander wet- en regelgeving die ermee samenhangen. Men gaat het pas zien als men doorkrijgt wat het stapeleffect teweeg brengt. Hoe strafbaarstelling van de ene wet en sanctiemogelijkheden via andere wetgeving elkaar afdekken of versterken. Hoe zelfs het via nieuwe wetgeving introduceren van nieuwe strafbare feiten wordt ingezet om andere wetgeving mogelijk te maken.

Via Acta wordt geregeld wat strafbaar is. Via de bewaarplicht is controle op internetverkeer geregeld. En via het OM wordt publicatie via internet gemonitord.

Een factor van belang hierbij is tevens dat het hele rechtssysteem op de helling is gezet. Waar men vroeger pas schuldig werd bevonden als daar wettig en overtuigend bewijs voor was geleverd is dat allang niet meer het geval. Uitsluitend de verdenking van stafbare feiten is tegenwoordig voldoende om mensen te bestraffen. Verdenking op grond van technische verwerking van losse persoonsgegevens tot gedragspatronen voldoet al gauw om mensen op grond van hun zo verkregen profiel als verdachte of schuldige te bestempelen.

Samenhang andere wetgeving

Om te beseffen hoe dat een onschuldige burger in een machteloze positie kan manoeuvreren tekent het scenario zich uit. Volgens ACTA had u als gebruiker auteursrecht moeten betalen voor een afbeelding, muziek of video en heeft u dat verzuimd. Al dan niet om principiële redenen. Uw verbinding kan dan als straf worden verbroken of afgeknepen. Maar u bent dan ook officieel een crimineel geworden. Als zodanig gaan oplettende justitie-, inlichtingen- en veiligheidsdiensten u nauwkeurig in de gaten houden. Die diensten mogen op grond van de Wet Vorderen Gegevens (2005) alle gegevens die er van u waar dan ook zijn opgeslagen, opvragen en aan een onderzoek onderwerpen. Deze gegevens kunnen via zoekmachines worden doorgezocht op trefwoorden op interesses, eetgewoonten, betalingsgedrag, reisgedrag ed. Uw internetgebruik, e-mail en telefoonverkeer kunnen dan onder de loep worden genomen. Met gebruikmaking uiteraard van software die andere gegevens over u met uw internetgedrag kan combineren.

Het is gerechtvaardigd om te stellen dat men zo bij iedereen die gebruik maakt van internet wel iets kan ontdekken wat als verdacht kan worden aangemerkt.

Het is zelfs heel goed mogelijk dat men strafbare feiten constateert die, buiten iemands medeweten om, op diens computer zijn gezet. Gegevens die strafbaar zijn via ACTA of die volgens het wetsvoorstel ‘versterking(?) bestrijding(?) computercriminaliteit’ niet in iemands bezit zouden mogen zijn omdat deze het bezit van niet-openbare gegevens en nagenoeg alle beeld -en geluidsopnamen, die niet strikt privé zijn, strafbaar stelt.

Inperking persoonlijke vrijheid

De inpakt van de ACTA-onderhandelingen dient men te bezien in samenhang met alle andere wetsvoorstellen die het leven van iedere burger op alle terreinen van het maatschappelijk leven pogen te registreren, te controleren en reguleren. (a) Het gedrag van ieder op de weg ,(b) in het openbaar vervoer, (c) achter de voordeur, (d) op kinderopvang/school en (e) in de spreekkamer/ziekenhuis/verpleeginrichting of enige vorm van maatschappelijke opvang.

(a) door het gedrag van de burgers per auto vast te leggen via kentekenregistratie, zowel bij rijden (km-heffing, cameracontrole, virtuele tolpoorten, snelwegrazzia’s en elektronische parkeercontrolesystemen)

(b) de gegevens over gebruik van het OV per reiziger voor 7 jaar vast te leggen.

(c) Via wetsvoorstel voor legalisering van preventieve huiszoeking bij niet van fraude verdachte gebruikers van alle sociale voorzieningen. Waarbij opsporingsambtenaren,zelfs zonder aanleiding van verdenking, op straffe van inkomstenstopzetting bij weigering de leefsituatie in kaart kunnen gaan brengen van iedereen die gebruik maakt van AOW, kinderbijslag studiefinanciering, sociaal inkomen geniet volgens WW,WAJONG,Algemene Weduwen-wezenwet of bijstand, huurtoeslag, zorgtoeslag of toeslag kinderopvang. Via controlesystemen op gas-, elektriciteit- en waterverbruik. En via mandaat aan lichamen als SENA, Buma-Stemra om het gebruik van muziekdragers, bladmuziek en het luisteren naar muziek en kijken naar films aan controle te onderwerpen t/m constante registratie tv kijkcijfers door SKO.

(d) Elektronische kinddossiers, leerlingvolgsystemen inclusief koppeling hiervan aan andere databestanden met persoonsgegevens van betrokkenen.

(e) Door samengaan van verplichte zorgverzekering, verplichte aanlevering van patiëntgegevens via EPD, DBC’s, DIS en identificatieplicht en verplichte Burger Service Nummer-registratie in de zorg. Door minutieuze registratieverplichtingen van iedere handeling door verplegend en verzorgend personeel.

Deze samenhang maakt duidelijk dat het niet overdreven is om te stellen dat we met recht kunnen stellen dat er een infrastructuur gebouwd wordt, waarbij het evenwicht tussen de overheid en de bevolking volkomen uit balans is.

De geschiedenis herhaalt zich, inperking persoonlijke vrijheid leidt tot dictatuur

Ieder weldenkend mens kan vervolgens zijn conclusies trekken over waar dit toe kan leiden als mensen of groeperingen misbruik gaan maken van de macht die zij over de bevolking kunnen uitoefenen. Wie de geschiedenis daarbij betrekt kan niet anders dan tot de conclusie komen dat mensen niet zo vreselijk verandert zijn in de loop der tijden. En dat zodra de mogelijkheden er zijn om anderen te onderdrukken dit altijd mensen of groeperingen aantrekt die daar voor eigen gewin gebruik van zullen maken.

Er is in tien jaar tijd in Nederland hard gewerkt aan het bouwen van de infrastructuur die leidt tot een politiestaat. Altijd weer blijkt achteraf dat zo’n systeem meestal niet wordt gebouwd met kwade bedoelingen. Hannah Aarendt bekend van de doctrine ‘de Banaliteit van het Kwaad’, verklaarde het verschijnsel als product van goedbedoelde motieven die uitgewerkt worden door nauwgezette ambtenaren en waarvan niemand zich met de maatschappelijk consequenties bezighoudt.

Zorg over staatsinrichting

Onze bezorgdheid over hoe ons land in tien jaar tijd van Vrije tolerante democratische samenleving is verworden tot een proeftuin om uit te proberen hoe met de huidige technologische mogelijkheden een dekkend systeem van algehele bevolkingsregistratie en –controle kan worden gebouwd, neemt met de dag toe.

Dat wordt nog verergerd door de huidige gang van zaken in Den Haag waar momenteel het ministerie van Binnenlandse Zaken onder verantwoordelijkheid van de minister van Justitie is gesteld. Waar ondanks de demissionaire staat voortdurend nieuwe wetsvoorstellen gelanceerd worden die de persoonlijke vrijheid verder beogen in te perken. Waar men voorstander blijkt te zijn van een definitieve omsmelting van deze twee departementen tot één nieuw ministerie van ‘Veiligheid(?)’. En waar men blijkt te accepteren dat een deel van de bevolking buiten de samenleving wordt gesloten.

Alternatief

Vrijbit stelt zich ten doel om de ontwikkeling die de persoonlijke vrijheid steeds verder inperkt, een halt toe te roepen.

Wij strijden voor het behoud van het recht op bescherming van de persoonlijke vrijheid en lichamelijke integriteit. Voor autonomie van de burger bij wie zelf het beheer rust over zijn eigen persoonsgegevens. Voor vrije meningsuiting en het recht op demonstratie. Voor vrije toegang tot informatie en vrijheid te communiceren met wie men wil. Voor een samenleving waar mensen in vertrouwen op een zo goed mogelijke manier hun samenleving vormgeven. Waar niet de angst regeert. Waar iedereen, zolang hij anderen geen schade berokkent het recht heeft om ombespied door het leven te gaan en zijn leven in te richten op de wijze die hem goeddunkt. Waar mensen eenvoudigweg met rust worden gelaten. Waar mensen niet worden uitgesloten van kiesrecht, recht op inkomen, scholing, zorg of enig andere basislevensbehoefte. En waar beslissingen worden genomen door de meerderheid met inachtneming van de belangen en levensovertuiging van minderheidsgroepen.

J.M.T.Wijnberg- voorzitter vereniging Vrijbit