Print deze pagina
vrijdag, 18 oktober 2013 02:15

Annotatie op uitspraak 17-10-2013 EU HvJ Luxemburg betreffende rechtmatigheid Paspoortverordening

Via een perscommuniqué (nr. 135/13) werd gisterochtend bekend gemaakt dat het Hof van Justitie van de Europese Unie uitspraak had gedaan over de vraag of de Verordening (  nr. 2252/2004), die alle EU burgers verplicht tot het registreren van hun vingerafdrukken in een paspoort, rechtmatig is. Het Hof verwierp de aantijging dat de Verordening niet rechtmatig zou zijn op grond van strijdigheid met de Grondbeginselen van de EU en omdat ze niet op de voorgeschreven democratische wijze tot stand zou zijn gekomen.

Het Hof blijkt van mening dat de gewraakte inbreuk op de privacy gerechtvaardigd is omdat formeel voldaan is aan de juridische voorwaarden om bij wetgeving vanuit een groot maatschappelijk belang inbreuk te mogen maken op het fundamentele grondrecht van de burger dat hij recht heeft op bescherming van zijn privéleven en lichamelijke integriteit .

Formeel is volgens de rechtbank voldaan aan het doelbindingsprincipe, omdat de opgevoerde reden, namelijk het tegengaan van het risico dat personen het Schengengebied illegaal zouden kunnen binnen reizen, een groot algemeen belang behelst.

Ook qua proportionaliteit voldoet de doelstelling op zich, zo oordeelt het Hof omdat de maatregel ten doel heeft om illegale grenspassages ‘aanzienlijk te verhinderen’.

Of dat opgegeven doel ook effectief bereikt kan worden met de maatregel blijft buiten beschouwing. Dat moet de politiek, in dit geval de EU commissie met het EU parlement, maar uitvechten.

Het Hof blijft er qua doelstelling ook op hameren dat de Verordening uitdrukkelijk aangeeft dat de vereiste vingerafdrukken uitsluitend gebruikt dienen te worden voor de verwerking in de documenten die mensen zelf in beheer krijgen(1), en uitsluitend bedoeld zijn voor directe identificatie van personen aan de hand van de paspoortdocumenten(2).

- Het Hof beperkt zich tot de doelstelling van de Verordening. Men doet geen uitspraak over de kwestie of lidstaten die, op grond van hun eigen verantwoordelijkheid, de vingerafdrukken wel voor andere doeleinden gaan gebruiken daarmee tegen de letter en intentie van de Verordening in handelen.

- Ook ontbreekt totaal het cruciale gegeven dat de beperkte opslag waartoe de Verordening verplicht technisch simpelweg onmogelijk is omdat de vingerafdrukken niet direct bij afgifte in de RFID-chip van de documenten kunnen worden verwerkt. Omdat de data per definitie ook altijd - al is dat maar tijdelijk - lokaal moeten worden opgeslagen en via doorgifte per telecommunicatie  van en naar de fabrikant dienen te worden gestuurd.

Door dit buiten beschouwing te laten bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de inbreuk die de Verordening op het recht op privacy maakt, gaat het Hof de hele kwestie uit de weg of de EU burgers er toe kan verplichten dat zij worden blootgesteld aan de risico’s die onlosmakelijk verbonden zijn aan het gebruik van de vingerafdruk- techniek. Het risico namelijk dat onbevoegden derden via de lokale opslag of via de doorgifte kanalen toegang tot de data kunnen krijgen(1) Dat nationale veiligheids-en inlichtingendiensten, rechtmatig gebruik kunnen maken van hun bevoegdheid zich toegang tot de gegevens te verschaffen, en daar naar eigen inzicht schaduwbestanden van te kunnen aanleggen(2). En dat andere mogendheden- hetzij door uitwisseling met nationale diensten of rechtstreeks via de inmiddels algemeen bekende praktijk van integrale spionage van de telecommunicatienetwerken, of via de fabrikant- over de biometrische gegevens komen te beschikken.

Het Hof stelt voorts dat er formeel voldaan is aan het vereiste dat de opslag van de gevoelige persoonsgegevens met veiligheidsmaatregelen is afgedekt.

Het Hof gaat er hierbij van uit dat de veiligheidsmaatregelen waaraan het opslagmedium( de RFID-chip) in de paspoorten moeten voldoen, garantie bieden dat de biometrische data niet via deze weg  in handen van onbevoegden kunnen komen.

Ook hier stelt het Hof zich formeel op en treedt niet in de inhoudelijke afweging of de veiligheidsmaatregelen wel effectieve bescherming bieden. Opvallend is daarbij dat het Hof als veiligheidsgarantie aangeeft dat de enige opslag van de vingerafdrukken in de documenten, in handen van de burgers zelf blijven, terwijl bij controle de documenten doorgaans moeten worden afgeven, om nog maar te zwijgen over de verplichting door diverse landen om de originele documenten voor het verkrijgen van een visum voor langere tijd af te staan.

Waarmee overduidelijk is dat een burger, die via de juridische weg zijn gelijk probeert te halen dat het onacceptabel is dat hij ter verkrijging van een reisdocument het risico op de koop toe moet nemen om daarmee slachtoffer te worden van identiteitsdiefstal, via de rechtspraak geen effectieve rechtsbescherming geniet.

Het Hof toetste de rechtmatigheid ook aan de vraag of het doel met minder ingrijpende middelen bewerkstelligd had kunnen worden. Aan dit subsidiariteitsbeginsel is volgens het Hof voldaan omdat bij hun weten en nog slechter systeem, namelijk identificatie aan de hand van irisherkenning van nog slechter nivo is dan dat van de vingerafdrukken en bovendien te duur is.

Een hoogst opmerkelijke redenering waarbij niet getoetst is of de EU Commissie de moeite heeft genomen om te onderzoeken of de beveiliging van de buitengrenzen van het Schengengebied op een minder belastende wijze zou kunnen plaatsvinden. Maar vooral ook omdat het Hof het kennelijk normaal vind als op financiële gronden een afweging wordt gemaakt tussen de bescherming van fundamentele mensenrechten en de inbreuk die daarop gemaakt zou mogen worden door overheden.

Tot slot bepaalde het Hof ook dat de rechtsgrondslag niet langer ter discussie mag worden gesteld op grond van de procedure fouten inzake het passeren van het EU parlement in de besluitvorming. Het Hof is van mening dat het EU parlement als medewetgever volledig aan de vaststelling van de maatregelen heeft deelgenomen.

Dat betreft de kwestie dat het EU parlement niet heeft mogen beslissen over de wijziging in de oorspronkelijke Verordeningsvoorstel om de vingerafdrukken in plaats van facultatief, verplicht te stellen. Procedureel is dat onrechtmatig, maar aangezien het Eu Parlement met een latere wijziging van de Verordening instemde vervalt volgens het Hof de tekortkoming dat men in eerdere instantie gepasseerd was.

Een uitspraak die overeenkomt met de recente uitleg aan Vrijbit  van een voormalig lid van het EU Parlement, die bij deze besluitvorming betrokken was. Zij stelt dat politieke besluitvorming die tot stand komt via instemming door volksvertegenwoordigers per definitie als democratisch wordt gekwalificeerd. Ongeacht of het parlement moedwillig verkeerd is voorgelicht of essentiële informatie is onthouden.

Deze uitspraak van het EU Hof van Justitie blijft beperkt tot een uitleg over de EU wetgeving aan de lidstaten. De uitspraak in deze Duitse zaak is wat dat betreft bindend voor de manier waarop de rechterlijke macht in alle lidstaten  juridische procedures inzake de paspoortwetgeving moeten behandelen voor zover het gaat om de rechtmatigheid van de Verordening.

Aaan het feit dat burgers op grond van gewetensbezwaren volgens het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en Grondbeginselen van de EU recht hebben op de mogelijkheid voor individuele uitzonderingen, ook bij rechtsgeldigheid van een algemene wetgeving, doet onderhavige uitspraak geen afbreuk.

Dat is een onvervreemdbaar recht waar de tekst van de Verordening zelf terecht expliciet aan refereert. Iedere zichzelf respecterende nationale rechter dient zich hiervan bewust te zijn. En zal zich er derhalve voor dienen te behoeden om de uitspraak over de algehele rechtmatigheid van de Verordening, op te vatten als aanwijzing van het Hof van Justitie dat de Verordening van iedereen te allen tijde de vingerafdrukken zou opeisen voor het verkrijgen van een paspoort.  Zoals in gevallen waarvan bekend is dat de gegevens zo slecht zijn dat de registratie van de vingerafdrukken substantieel niet overeen blijkt te komen met die van betrokkenen Of wanneer de onveiligheid van ICT systemen zo ondubbelzinnig is aangetoond dat de veiligheidseisen voor het opslagmedium daar geen oplossing voor bieden. Of wanneer individuele burgers een beroep doen bij hun weigering om mee te werken aan het gebruik van biometrie voor identiteitsbewijzen op grond van hun geloof of levensovertuiging.

Dat het EU Hof van Justitie de Verordening niet als onrechtmatig heeft bestempeld, werd mogelijk gemaakt door de enge taakopvatting om de vraagstelling zo beperkt mogelijk op formele rechtsgronden te beoordelen. Gezien de gigantische belangenafweging dat een onrechtmatig verklaring de wettelijke grondslag zou wegslaan onder de manier waarop paspoorten van honderden miljoenen EU burgers wereldwijd  in omloop zijn, is nauwelijks verwonderlijk dat het Hof daar geen brood is zag. Waarbij dan ook nog eens duidelijk is dat dit tevens een vernietigende consequentie zou opleveren voor de huidige EU plannen om van alle vreemdelingen bij binnengaan en uitreizen uit de EU vingerafdrukken te gaan afnemen.

Het vertrouwen van de burger in de juistheid van de EU wetgeving zal er echter niet op vooruitgaan zodra bij grensoverschrijdingen de vingerafdrukken in de paspoorten  daadwerkelijk gecontroleerd gaan worden. Dan treden de statistische voorspelde duizelingwekkende aantallen pas aan het licht van mensen waarvan de biometrische data niet herkend worden. Dan wordt de identiteitsdiefstal via deze weg pas echt lucratief voor criminelen en radeloze immigranten.

Vooralsnog is de hele paspoortaffaire in elk geval  fnuikend voor het vertrouwen van burgers in de rechtspraak. Ook deze omweg van het inschakelen van het Hof van Justitie betekent immers voor betrokkenen, die in rechte hun gelijk willen afdwingen, dat de nationale procedures er alleen maar door worden gerekt.

Hetgeen uitermate bezwarend is voor degenen die in grote nood komen te verkeren omdat ze jarenlang verstoken blijven van de beschikking over een document wat ze nodig hebben, omdat op nationaal nivo de rechtbank geen uitspraak doet. Maar vooral ook omdat de eigen overheid en nationale rechtspraak op deze wijze eendrachtig de weg blokkeren dat iemand zich tot het EU Hof voor de Rechten van de Mens kan wenden. Terwijl dit hoogste rechtscollege zich uiteindelijk toch zal dienen uit te spreken over de mensenrechterlijke kant van de zaak.  

Bronvermelding:

PERSCOMMUNIQUÉ nr. 135/13- Hof van Justitie van de Europese Unie, Luxemburg, 17 oktober 2013/ Arrest in zaak C-291/12 / Michael Schwarz / Stadt Bochum

Voor de volledige tekst van het arrest zie...

Voor chronologisch verslag commentaren op de uitspraak Lees...

Voor meer informatie over de zaak Schwarz van deze Duitse advocaat die 6 jaar geprocedeerd heeft tegen de verplichte vingerafdrukken in het paspoort zie: https://www.vrijbit.nl/rechtszaken-paspoortwet/zaak-schwarz.html