Print deze pagina
donderdag, 09 juli 2009 11:22

Verslag Eerste Kamer inzake behandeling wetsvoorstel vaststelling identiteit van verdachten, veroordeelden en getuigen (31436)

Aanscherping regelgeving: IEDERE BURGER in verdachten-data-bank

Maandag 6 juli 2009 werd tussen 19.05 - 19.20 uur het Wetsvoorstel ‘identiteitsvaststelling verdachten, veroordeelden en getuigen' in de Eerste Kamer ‘behandeld' (31436) en zonder stemming aangenomen.

Feitelijk geeft dit voorstel de politie wettelijk de bevoegdheid om van iedere burger, die men als verdachte, aanmerkt ter plekke of op het politiebureau vingerafdrukken en foto's te nemen en die voorzien van een preventief Strafketendossiernummer op te slaan in een justitiële databank.

 

Formeel introduceert het wetsvoorstel zes maatregelen:

1-     Het invoeren van een strafrechtsketennummer (SKN) als persoonsnummer voor de gehele strafrechts- keten en het verplicht gebruik daarvan door alle partijen in de strafrechtsketen;

2-     Het verruimen van de mogelijkheden van de afname en het gebruik van foto's en vingerafdrukken voor het vaststellen van de identiteit van verdachten en veroordeelden;

3-     De introductie van een identificatieplicht voor een verdachte ten opzichte van een rechterlijk ambtenaar en voor een gedetineerde verdachte of een veroordeelde ten opzichte van de directeur of hoofd van een inrichting of psychiatrisch ziekenhuis waar hij zijn straf of maatregel ondergaat;

4-     Het opleggen van de verplichting aan de functionarissen in de strafrechtsketen om de identiteit van een verdachte of veroordeelde vast te stellen en het regelen van de momenten waarop die verplichting geldt.( Hierop bestaat een uitzondering voor de rechterlijk ambtenaar aan wie de bevoegdheid wordt toegekend om de identiteit van een verdachte alleen vast te stellen als over zijn identiteit twijfel bestaat);

5-     Het aanwijzen van de Minister van Justitie als ID-autoriteit voor de strafrechtsketen;

6-     En het oprichten van de strafrechtsketendatabank en het stellen van regels over het verwerken van de identificerende persoonsgegevens die daarin zullen worden opgeslagen, en van de vingerafdrukken die in het vingerafdrukkenbestand van de politie, HAVANK, worden opgeslagen.

Feitelijk geeft dit voorstel de politie wettelijk de bevoegdheid om van iedere burger, die men als verdachte, aanmerkt ter plekke of op het politiebureau vingerafdrukken en foto's te nemen en die voorzien van een preventief Strafketendossiernummer op te slaan in een justitiële databank.

Aanleiding voor dit wetsvoorstel zijn persoonsverwisselingen van verdachten en veroordeelden, die in het verleden binnen de strafketen hebben plaatsgehad. Dit wetsvoorstel stelt echter een aantal zeer ingrijpende maatregelen voor waardoor iedere burger de kans loopt in de justitiële verdachten-data-bank te belanden.

Van iedereen die ervan verdacht wordt zich schuldig te maken aan een strafbaar feit waar men voor in voorlopige hechtenis kan worden genomen, gaat de overheid de meetbare lichaamskenmerken vastleggen in politie en justitie registers.

Iedereen die niet terstond aan de vordering tot inzage in een identiteitsbewijs voldoet kan, sinds de invoering van de Wet op de Uitgebreide ID-plicht (WU-ID) in 2005, ook als verdachte worden aangemerkt en bij weigering gearresteerd worden, ondanks het feit dat men niet verplicht is een ID-bewijs bij zich te dragen.

De WU-ID kent namelijk geen duidelijke bepaling of criterium waaraan een burger, die geen strafbaar feit heeft begaan, een duidelijke rechtsbescherming kan ontlenen. Zo loopt iedereen die geen ID-bewijs toont, als dat gevorderd wordt, de kans om gearresteerd te worden waarna de politie ook van deze persoon vingerafdrukken en foto's mag maken om te pogen de identiteit te achterhalen. Lees...

Sinds de recente wijziging van Paspoortwet (9 -6-‘09) kunnen deze gegevens op verzoek van een Officier van Justitie vergeleken worden met gegevens uit de Digitale Centrale Biometrische Paspoortdatabase (DCBP) en de Gemeentelijk Basis Administraties(GBA's).

Zo koppelen politie en justitie dan de door hen geregistreerde biometrische gegevens aan namen adressen van verdachten plus aan het unieke persoonsnummer waartoe het Burgerservicenummer toegang geeft.

Daarmee verdwijnt in de praktijk de mogelijkheid van mensen om anoniem te blijven en anoniem(NN) gedagvaard te kunnen worden. Met name mensen die, zonder dat zij zich schuldig maken aan een strafbaar feit, worden aangehouden of opgepakt, maken van deze gelegenheid gebruik omdat zij niet onterecht in opsporingsregisters geregistreerd willen worden. Maar ook mensen die als getuige van een misdrijf, uit zelfbescherming, niet verantwoord vinden dat daders hun naam en verblijfplaats zouden kunnen achterhalen.

Volgens deskundigen is het bewaren van biometrische persoonsgegevens van onschuldige burgers in opsporingsregisters, in strijd met het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM Art 8).

De uitspraak van het Europese Hof van de Rechten van de Mens ( 4 dec.2008 zaak S & Marper) inzake de opslag van DNA en vingerafdrukken bevestigt dit.

Dat geldt o.i. dus zowel voor het opslaan van de biometrische gegevens van mensen die niet veroordeeld worden maar uitsluitend als verdachte worden aangemerkt als voor de centrale paspoortdatabase waarvan de vingerafdrukken en gezichtsscan van alle burgers kunnen worden opgevraagd door justitie.

De wet identiteitsvaststelling verdachten, veroordeelden en getuigen is bovendien in strijd met het nationale en internationale recht vanwege een bepaling betreffende de vergelijking van vingerafdrukken van verdachten met gegevens in het politie systeem HAVANK en de vingerafdrukken van alle asielzoekers opgeslagen in de Basisvoorziening Vreemdelingen (BVV). Deze bepaling is in strijd met het doelbindingsprincipe en het non discriminatiebeginsel van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. Hiertoe was in 2001, juist om de Nederlandse praktijk in overeenstemming te brengen met de Europese wetgeving op het gebied van gegevensbescherming (Richtlijn 95/46/EC), een scheiding aangebracht tussen de genoemde systemen.

Dat het parlement akkoord is gegaan, met het voorstel wetswijziging 31436, raakt de rechtstaat in het hart.Gezien het ingrijpende karakter van alle recente wetswijzigingen die hiermee samenhangen en het al anderhalf jaar uitstellen van de evaluatie van de WU-ID,  maakt de complexiteit en de strijdigheid met nationale en internationale rechtsbeginselen, het ongepast dat het wetsvoorstel Identiteitsvaststelling verdachten, kort voor het zomerreces in slechts een kwartier tijd door de Eerste Kamer werd afgehandeld.

Tijdens dat debat op 6 juni is het bezwaar van de GGZ het enige punt geweest waarop kritische vragen werden gesteld aan de minister. Toen hij beloofde in overleg met de GGZ hierover te zullen overleggen, en dat het afnemen van vingerafdrukken daar pas zou worden ingevoerd ‘nadat de politie en penitentiaire inrichtingen aan de beurt waren geweest', werd het wetsvoorstel zonder stemming aangenomen.

Op alle andere bezwaren verbonden met dit wetsvoorstel, inclusief de brief van de Commissie Meijers inzake strijdigheid van de tweede nota van wijziging (TK 31.436 nr. 10) met nationaal en internationaal recht, werd niet ingegaan.

Minister van Justitie Hirsch Ballin stelt dat aan het begin van de strafvorderlijke procedures vingerafdrukken worden genomen. Dat de vingerafdrukken van onschuldige burgers in politie- en justitie registers terecht kunnen komen doordat zij onschuldig als verdachte worden aangemerkt, is niet over gerept.

Het Meldpunt Misbruik Identificatieplicht dat sinds de lancering van dit wetsvoorstel in november 2008 meermalen over deze consequentie aan de bel had getrokken bij de Raad van State, de Tweede Kamerfracties en de minister van Justitie heeft daar nimmer een inhoudelijke reactie op gekregen.

Bronnen:

EK Commissievoor Justitie 26 mei 2009

Verslag plenair debat 6 juli 2009 (blz 14 t/m 17)

Hetverzet.nl