maandag, 24 februari 2014 11:53

Slinkse uitbreiding leeftijdsgrens ID-plicht Medische hulp als inzet om via de Zorgverzekeringswet feitelijk een ID-plicht voor alle leeftijden af te dwingen

Wet op de Uitgebreide ID-plicht

In 2005 werd de Wet op de Uitgebreide ID-plicht (WU-ID) ingevoerd. Sindsdien moeten alle Nederlanders vanaf 14 jaar over een eigen paspoort of identiteitskaart kunnen beschikken. Daarmee werd een eind gemaakt aan de praktijk dat men zich in veel gevallen gewoon met een ander document of een verlopen paspoort of ID-kaart kon legitimeren.

Kinderen jonger dan 14 jaar konden desgewenst in de documenten van de ouders cq. voogd worden bijgeschreven, zodat men bij controle aan de grens of in het buitenland de rechtmatige aanwezigheid van het kind kon aantonen.

Afschaffing kinderbijschrijvingen op paspoort en ID-kaart

Op 26-6-2013 zijn de ‘kinderbijschrijvingen ’afgeschaft. Voor kinderen moet vanaf die datum  een eigen document worden aangevraagd, zodra het paspoort of de ID-kaart waarop ze staan bijgeschreven verloopt. ‘Om naar het buitenland te kunnen reizen of vanuit het buitenland weer naar Nederland terug te keren zowel voor reizen naar landen binnen als buiten Europa’ zo luidt de overheidsvoorlichting (lees…)

Ouders werden hiervan per brief op de hoogte gesteld, en de uitgifte van nooddocumenten voor de kinderen werd uitgebreid om te voorkomen dat mensen de gewijzigde situatie zou ontgaan en ze daardoor aan de grens of in het buitenland in de problemen zouden komen.

Wat hen echter niet werd verteld was dat de afschaffing van de kinderbijschrijvingen nog hele andere gevolgen zou hebben.

Schrik bewind Identificatieplicht in de Zorg

Ouders en voogden van kinderen die niet van plan zijn om met hen naar het buitenland te reizen, verkeren doorgaans in de veronderstelling dat men geen paspoort of ID-kaart hoeft aan te vragen voor een kind onder de 14.

Maar tot hun schrik ontdekten enkelen toen ze met een ziek kind bij een ziekenhuis aanklopten voor medische verzorging, men te horen te kreeg dat het verplicht is voor alle leeftijden om een geldig eigen document te tonen. En dat wie daar niet aan voldoet (of niet tenminste binnen 14 dagen alsnog zo’n document komt overleggen) zelf de medische kosten zal moeten betalen. Ook al is het kind wel netjes binnen 4 maanden na de geboorte aangemeld voor de verplichte basisverzekering ziektekosten! (lees…)

Burgerrechtenvereniging Vrijbit werd door ouders, die dit overkwam, ingeschakeld om uit te zoeken hoe het zit en ging op onderzoek uit…

ID-plicht geldt vanaf 14 jaar- maar in de Zorg vanaf de geboorte

binnenkant roze1 b7929In de Zorg bleek niet alleen op 1 juni 2009 het verplichte gebruik van het Burger Service Nummer (BSN) te zijn ingevoerd ter bestrijding van mogelijke fraude met zorgverzekeringen. De regeling waarover Vrijbit  op 25 augustus 2009 het artikel ’Persoonsregistratie/Burger Service Nummer in de zorg‘ publiceerde om bekendheid te geven aan de nieuwe verplichting die (vlak voor het zomerreces) door de regering was ingevoerd, dat alle zorgaanbieders, bij al hun contacten onderling en naar de zorgverzekeraars, voortaan altijd het BSN dienden te vermelden.

Nu bleek dat ter uitvoering van het BSN-z niet alleen alle zorgverleners met een Big registratie de bevoegdheid hadden gekregen om zo nodig naar een geldig identiteitsbewijs te vragen, maar dat in de ZiektekostenVerzekeringsWet (Zvw) aanvullend aan alle patiënten de plicht is opgelegd dat zij, ook als hun naam en BSN bekend zijn, zich verplicht bij een zorgaanbieder dienen te legitimeren met het tonen van een identiteitsbewijs zoals dat in de WU-ID als geldig document wordt aangemerkt.

En in tegenstelling tot de WU-ID zou deze ID-plicht gelden voor alle leeftijden. Althans voor iedereen waarvoor men wil dat de zorgverzekeraars de medische kosten vergoeden, waarvoor men is verzekerd. Ook waar dit de vergoeding betreft vanuit de verplichte basisverzekering waar alle ingezetenen van Nederland sinds 2006 voor dienen te betalen.

De Rijksvoorlichting luidt:  De identificatieplicht in de zorg houdt in dat u zich moet kunnen identificeren met een geldig identiteitsbewijs als u medische zorg ontvangt. Dit geldt voor iedereen, dus ook voor minderjarigen jonger dan 14 jaar. De identificatieplicht geldt in de gehele zorgsector, dus bij alle zorgaanbieders in de eerste en tweede lijn.

Met als nadere toelichting: Anders dan de algemene identificatieplicht  is er in de zorg geen leeftijdsgrens. Kinderen vanaf 14 jaar moeten hun eigen identiteitsbewijs tonen als ze medische zorg nodig hebben. Een bijschrijving van een (minderjarig) kind in het paspoort van de ouder kan worden gebruikt ter legitimatie van het kind. Deze ouder moet dan mee naar de arts of het ziekenhuis om het kind te kunnen identificeren. Kinderen kunnen sinds 26 juni 2012 niet meer worden bijgeschreven in het paspoort van de ouder. Een bijschrijving in een geldig paspoort kan nog wel gebruikt worden als identificatie in de zorg.

En:  Ouders moeten hun kind(eren) hebben ingeschreven in hun eigen paspoort of voor het kind zelf, hoe jong ook, een eigen identiteitsbewijs hebben. De identificatieplicht voor de zorg geldt vanaf de geboorte. Dit is vastgelegd in de Zorgverzekeringswet (Zvw).

In de Zorgverzekeringswet  Hoofdstuk 9 staat: -1. Een verzekerde die voor rekening van zijn zorgverzekering bij ministeriële regeling aan te wijzen zorg of andere diensten als bedoeld in artikel 11 (zorgplicht verzekerde prestaties) wenst te genieten, verstrekt aan de persoon of instelling die die zorg of dienst verleent ter inzage een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de identificatieplicht of een ander bij ministeriële regeling aan te wijzen document waarmee zijn identiteit kan worden vastgesteld. [Rz].

Uitzondering ID-plicht 12- 14 jarigen in de zorg

De minister heeft voor kinderen tussen de 12 en 14 jaar een uitzondering gemaakt. Omdat ouders voor kinderen van deze leeftijd niet verplicht zijn om een paspoort of ID-kaart aan te vragen en evenmin verplicht zijn om de minderjarigen zo’n document zelf in handen te geven. Dat zou in botsing kunnen komen met het recht dat kinderen in deze leeftijdscategorie (al wel) hebben op medische zorg, buiten medeweten van hun ouders of voogd.  Aangezien de overheid in die gevallen het tonen van een origineel identiteitsdocument, niet kan eisen, zonder afbreuk te doen aan het recht op medische zorg, geldt uitsluitend voor deze leeftijden de uitzondering die luidt: ‘In beginsel moeten zij ook een identiteitsbewijs kunnen tonen, maar mag de zorgverlener een pragmatische oplossing zoeken als dat echt niet mogelijk is. Bijvoorbeeld door een schoolpasje te accepteren als identiteitsbewijs’.(lees…)

Geen uitzondering ID-plicht boorlingen t/m 11 jarigen in de zorg

Na herhaaldelijk doorvragen bij het ministerie of, in geval er voor jongere kinderen ook geen geldig ID-bewijs getoond kan worden, analoog aan de uitzondering voor 12-14 jarigen ook een uitzondering gemaakt kan worden, zoals bijvoorbeeld het tonen van een geboortebewijs in combinatie met een ID-bewijs van de  daarop vermeldde ouder, luidde het antwoord:NEE.

Zie onderstaand de letterlijke briefwisseling d.d. 20-2-2014 met  mr.drs v.d.Berg, namens het ministerie VWS ( Directie Zorgverzekeringen- Cluster Verzekerden).

Vraag:

Welk ID-bewijs er in het geval er geen 'identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de identificatieplicht' aanwezig is wordt geaccepteerd. Zijn daar, 'andere bij ministeriële regeling aan te wijzen documenten' voor aangewezen waar ouders zich vs de zorgverlener op kunnen beroepen? 

Antwoord:

Zowel de Zvw als de Wet gebruik BSN in de zorg (zie m.n. artikelen 5 en 6) kennen regels ter identificatie van de verzekerde c.q. de patiënt. Er is geen uitzondering gemaakt op de hoofdregel van de wet. Met andere woorden: identificatie moet plaatsvinden aan de hand van de documenten als genoemd in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de identificatieplicht.

Vraag: Indien er geen bestuurlijk kaderbesluit hierover is en kinderen pas vanaf 14 jaar verplicht zijn bij wet om over een geldig ID-bewijs te beschikken, zou ik graag van u vernemen hoe in voorkomende gevallen burgers rechtsbescherming genieten om gebruik te kunnen maken van de zorg waarvoor zij en hun kinderen verplicht verzekerd zijn.

Antwoord:

De identificatieplicht als neergelegd in de sociale ziektekostenverzekeringswetten geldt zonder beperking met betrekking tot de leeftijd. Uit het ontbreken van een leeftijdsgrens in de vigerende wetgeving vloeit voort dat voor kinderen vanaf de geboorte een identificatieplicht geldt.

Om in aanmerking te komen voor vergoeding van de kosten van zorg op grond van de Zvw of de AWBZ moeten verzekerden voldoen aan de regels die daarvoor in de Zvw of de AWBZ gesteld zijn. Ook aan burgers worden in de wet administratieve verplichtingen gesteld, waaronder de identificatieplicht.

Als men aan deze administratieve verplichtingen niet wil voldoen, dan is het uitgangspunt dat de kosten dienen te worden gedragen door de betrokkene zelf. Het gaat dus niet om de geleverde zorg zelf, maar om de vergoeding van de kosten er van.

Bij de Wet gebruik in de zorg gaat het om identificatie van de patiënt met als doel om te voorkomen dat patiënten verwisseld worden. Hier is dus een medische achtergrond de reden van de wetgeving.

 Vraag: Analoog aan de Rijksvoorlichting inzake kinderen van 12- 14 die zelfstandig in aanmerking willen komen voor medische zorg, zonder dat hun ouders bijv. daarvan in kennis worden gesteld, lezen wij 'kind moet in beginsel een identiteitsbewijs kunnen tonen. De zorgverlener kan een pragmatische oplossing zoeken als dat echt niet mogelijk is,  bijvoorbeeld een schoolpasje accepteren als identiteitsbewijs'. Betekent dit nu dat er een hiaat is in de wetgeving waardoor kinderen geen objectieve rechtsbescherming genieten maar afhankelijk zijn van de willekeur van de zorgverleners en/of zorgverzekeraars? Of mag men aan deze Rijksvoorlichting  zich juridische dekking  ontlenen waarmee andere identificatie is toegestaan zolang daarmee maar duidelijk de identiteit van het kind kan worden vastgesteld? 

Antwoord:

Omdat kinderen vanaf 12 jaar zelfstandig een behandelings­overeenkomst mogen sluiten en het in uitzonderingsgevallen kan voorkomen dat een kind niet wil dat de ouder dit weet en (daardoor) geen toegang heeft tot zijn identiteitsbewijs, is bij de totstandkoming van de wet voor deze praktische benadering gekozen.

Vanaf 14 jaar geldt de algemene identificatieplicht, en vanaf die leeftijd moet een kind zich altijd kunnen identificeren. Voor de zorgverzekeringen geldt, zoals gesteld, geen leeftijdsgrens.

Het is evident dat de wetgever bij deze praktische benadering voor ogen had dat deze uitzonderingssituatie zich slechts bij uitzondering zal voordoen.

Het is inderdaad aan de zorgverlener te beoordelen of in voorkomende gevallen deze situatie zich voordoet. Dat is inherent aan de aard van de situatie, waarbij een zorgverlener ook zal moeten beoordelen of medische behandeling van een minderjarige van 12-14 jaar zonder medeweten van diens wettelijk vertegenwoordiger, wenselijk is.   

Conclusie

 De regering heeft eerst bij wet geregeld dat sinds het van kracht worden van de Wet op de Uitgebreide  ID-plicht  burgers vanaf 14 jaar verplicht zijn om over een geldig ID-bewijs te beschikken.
Vervolgens werd aan deze (min of meer) democratisch tot stand gekomen wetgeving getornd,  door via andere wetswijzigingen, zijnde de Ziektekostenverzekerings- en de Paspoortwet, af te dwingen dat iedereen vanaf de geboorte met een eigen geldig ID-bewijs geïdentificeerd moet kunnen worden.

Dat dit nooit eerder zo opgevallen is komt ongetwijfeld omdat kinderen van oudsher geen eigen paspoort of ID-kaart hoefden te hebben, maar bijgeschreven konden worden in het document van de ouders. Nu dat systeem vorig jaar ook is afgeschaft, en er dus een categorie kinderen blijkt te ontstaan die door het vervallen van de geldigheidsdatum van het paspoort of de ID-kaart van de ouders geen eigen identiteitsdocument hebben, komt dit aan het licht.

De redenering van het ministerie van VWS, toen Vrijbit  de rechtsgrond in twijfel trok, luidde niet 'oeps misschien is er inderdaad een discrepantie ontstaan tussen de Wet op de ID-plicht en de ID-plicht in de ziektekostenverzekeringswetgeving en door de Paspoortwetswijziging qua kinderbijschrijvingen’. Op geen enkele manier bleek men ook zelfs maar van zin om stappen te ondernemen om op grond van de gesignaleerde problemen de uitzonderingsregeling ruimer te gaan toepassen, of om overleg te gaan plegen over de wetgeving met de andere betrokken ministeries ( Justitie&V in zake de WU-ID en BZK voor de Paspoortwetgeving).

Vanuit het parlement heeft ook niemand het als controlerende taak gezien om de connectie tussen de ID-plicht en het afschaffen van de kinderbijschrijvingen in de paspoorten en ID-kaarten aan te kaarten. Bij de behandeling van dit wijzigingsvoorstel voor de Paspoortwet is men er blind van uitgegaan dat de stopzetting van kinderbijschrijvingen in internationale reisdocumenten, zoals de EU dat verplichtte, dus ook zou moeten gaan gelden voor de uitgifte van nationale identiteitskaarten.. Dat het tot hele rare consequenties zou leiden als ook voor de identiteitskaart voor binnenlands gebruik, geen kinderen meer kunnen worden bijgeschreven, is bij de behandeling van de wet in de Tweede Kamer met geen woord over gerept. Ook in de Eerste Kamer, heeft niemand de wettechnische samenhang gesignaleerd tussen de afschaffing van de kinderbijschrijvingen en de wettelijk vastgelegde ID-plichten waaraan enkel met een paspoort of ID-bewijs kan worden voldaan. Met als gevolg dat er zo een krankjorem wettelijke verplichting is ontstaat, waarbij baby’s in feite verplicht worden om MET een ID-bewijs geboren te worden.  

Ook achteraf, blijkt er geen sprake te zijn van enig inzicht dat het onverstandig is om de uitbreiding van de wettelijke ID-plicht te regelen in wetgeving betreffende de Zorgsector. Men houdt vol dat dit helemaal niet raar is omdat het niks te maken heeft met de financiële controle, of de verzekerde wel recht heeft op een medische behandeling, maar puur om medische redenen van belang is. Namelijk om te voorkomen dat patiënten verwisseld worden. Een nogal opzichtig domme poging tot rechtvaardiging , waarvan het ministerie deze voorstelling van zaken ook zelf al gelijk de nek omdraait  met de uitleg dat wie niet voldoet aan de identificatieplicht wel behandeld mag worden, mits de kosten maar zelf betaald worden. Waaruit volgt dat voor mensen indien ze zelf voor hun medische zorg betalen het risico dat ze een verkeerde behandeling zouden krijgen niet zo erg wordt gevonden.

Burgerrechten Vrijbit is op grond van bovenstaande van mening dat:


A- Dat de regering er qua invoering van wetgeving steeds meer een rommeltje van maakt, en het parlement totaal geen zicht meer heeft op hoe wetgeving waar men mee instemt, met name in combinatie met andere wetgeving, in de praktijk uitwerkt.


B- De regering haar taak als verantwoordelijke voor de Volksgezondheid volkomen aan het afschuiven is op de particuliere zorgverzekeringsmaatschappijen.

Nog even en de wet eist dat wie een kind krijgt dat niet alleen binnen drie dagen moet aangeven bij de burgerlijke stand. Maar het kind daarbij zelf ook moet worden meegenomen om er een foto van het maken, waarop het de boorling verboden wordt om te lachen, en deze een week later opnieuw moet langskomen om bij afgifte van het document zelf een handtekening te zetten! Al is men momenteel nog wel zo coulant dat dit bewijs nog 5 werkdagen na de geboorte mag worden aangevraagd waardoor men een week later nog net op tijd kan afhalen om te kunnen voldoen aan de wettelijke plicht het tenminste binnen 14 dagen te tonen aan de zorgverlener die bij de geboorte assisteerde

C- Mensen die zich teweerstellen tegen deze Zorgverzekerings ID-plicht  uiteindelijk juridisch wel in het gelijk zullen worden gesteld, dat waar voor 12-14 jarigen een pragmatische uitzondering kan worden gemaakt er sprake is van rechtsongelijkheid als dat niet voor jongere kinderen zou worden toegestaan.

D-  De Zorgverzekeringswet zodanig dient te worden aangepast dat voor kinderen tot 14 jaar voldaan kan worden met het tonen van een geboortebewijs samen met het identiteitsbewijs van de daarop vermelde ouder(s) dan wel met een document mee de wettelijke vertegenwoordiging van een kind wordt vastgelegd in combinatie met het ID-bewijs van deze voogd. Daarop vooruitlopend dient de  minister van VWS via een algemene maatregel van bestuur de uitzonderingsregeling voor 12-14 jarigen te verruimen.

E-  Op Nederlandse identiteitsbewijzen kinderbijschrijvingen weer mogelijk moeten worden gemaakt.

Bronnen:

Info rijksoverheid verplichte basisverzekering ziektekosten https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/zorgverzekering/vraag-en-antwoord/ben-ik-verplicht-een-zorgverzekering-af-te-sluiten.html

WU-ID- geldige identificatiedocumenten :https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/paspoort-en-identificatie/vraag-en-antwoord/met-welke-identiteitsbewijzen-kan-ik-mij-identificeren.html

Wet Burger Service Nummer in de zorg( BSN-z) https://www.st-ab.nl/g1/1-08164.htm

25-8-2009 Vrijbit artikel Persoonsregistratie/Burger Service Nummer in de zorg

https://www.vrijbit.nl/dossiers/dossier-epd/item/703-persoonsregistratie-burger-service-nummer-in-de-zorg.html

ZiektekostenVerzekeringsWet (Zvw) https://www.st-ab.nl/wetzvw.htm

Identificatieplicht kinderen in de zorg https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/paspoort-en-identificatie/vraag-en-antwoord/hoe-moeten-kinderen-zich-identificeren-als-ze-zorg-nodig-hebben.html