maandag, 11 februari 2013 00:00

Persbericht: Hoger beroep ID-toonplicht (WU-ID)

Update! Op 26-2 om 9:00 uur zal op de rechtbank Den Haag mondeling het vonnis bekend worden gemaakt van de meervoudige kamer in de Hoger Beroepszaak betreffende de toonplicht van de Wet op de Uitgebreide ID-plicht (WU-ID). het OM eist dat het vonnis van de kantonrechter om verdachte te ontslaan van rechtsvervolging nietig moet worden verklaard en dat betrokkene alsnog tot  betaling van €60,00 beboet dient te worden en als veroordeelde geregistreerd in het Justitieel Documentatie Register wegens overtreding van het Wetboek van Strafrecht artikel 447e (waarvoor een boete kan worden opgelegd van maximaal € 2.250,00 of vervangende hechtenis).

Ondanks het feit dat betrokkene op 8-10-2011, toen de politie hem wilde identificeren terstond zijn naam en adres opgaf, uitlegde waarom hij geen ID-bewijs bij zich droeg en meewerkte aan het ophalen van zijn rijbewijs.

Zitting: Hoger beroep tegen ontslag van rechtsvervolging ID -toonplicht (WU-ID) dinsdag 12 februari 2013.

Inzet: Behandeling van het Hoger Beroep tegen de mondelinge uitspraak van de kantonrechter 18-2-2012 tot ontslag van rechtsvervolging ingesteld wegens het niet onmiddellijk tonen van een ID-bewijs op vordering daartoe.

Zitting rechtbank Den Haag Tijd: om 10.00 uur.

Toelichting

Het betreft de zaak van een man die tijdens de sabbath in oktober 2011 gesommeerd werd een geldig identiteitsbewijs te tonen. Betrokkene gaf gemotiveerd aan waarom hij geen ID-bewijs bij zich droeg, en verleende medewerking aan het doen vaststellen van zijn identiteit. Toch achtte de politie te Rijswijk hem strafbaar aan overtreding van het Wetboek van Strafrecht artikel 447e, waarvoor een boete kan worden opgelegd van maximaal € 2.250,00 of vervangende hechtenis.
Vandaar dat hij van Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) een transactievoorstel kreeg gestuurd om, als schuldbekentenis en boetedoening € 60,00 te betalen wegens het niet onmiddellijk ter plekke tonen van zijn identiteitsdocument. Betrokkene achtte zich niet schuldig en weigerde om te betalen.

Daarop besloot het Openbaar Ministerie (OM) hem strafrechtelijk te gaan vervolgen en werd hij voor het (kanton)gerecht gedaagd.

Op vrijdag 17 februari 2012 oordeelde de Haagse kantonrechter dat hij daarbij in zijn recht stond omdat hij op grond van de Wet op de Uitgebreide ID-plicht (WU-ID) niet verplicht kan worden om te allen tijde een identiteitsdocument op zak te hebben. De uitspraak luidde daarom 'ontslag van rechtsvervolging'
Voor info WU-ID zie: https://www.id-nee.nl/02-1WU-IDbepalingenhoofdtekst.htm.
Voor persbericht rechtbank 'uitspraak rechtbank lees...

Het OM pikte dit niet en besloot Hoger Beroep aan te tekenen tegen de uitspraak.

Ruim 8 jaar na invoering van de wet staat er dus eindelijk een zitting in hoger beroep op de rol, over de uitvoering van de ID-plichtwet die op 1 januari 2005 van kracht werd. Maar pers, media en politici blijken gezien hun uitlatingen absoluut niet te beseffen waar het juridische geschil om draait.
De kern van de zaak gaat over de discrepantie tussen de wet die geen draagplicht kent maar die aan wetshandhavers wel de bevoegdheid verleend om het onmiddellijk tonen van een geldig ID-bewijs te vorderen.

Verwarring ontstond vanwege het religieuze motief wat de betrokkene in dit specifieke geval aanvoerde als argument waarom hij geen geen ID-bewijs bij zich droeg; namelijk dat hij op sabbath wegens zijn religieuze opvattingen niks bij zich draagt'.

Het persbericht van de rechtbank (20-2-2012) gaf het startsein voor de misvatting dat het probleem bij de wetshandhaving zou liggen aan de religieuze leefregels van orthodoxe joden. Citaat 'Probleem: Tijdens de zitting is namens verdachte onder meer aangevoerd dat bij de totstandkoming van de Wet op de identificatieplicht reeds gewezen is op het probleem dat het orthodoxe Joden verboden is op de Sjabbat een identiteitsbewijs bij zich te dragen. De toenmalige Minister van Justitie, mr. J.P.H. Donner, heeft bij die gelegenheid gezegd zich bewust te zijn van deze problematiek en gezegd ervan uit te gaan dat de politie hiermee in de uitvoeringspraktijk wel rekening zou houden'. Lees...
En zonder zich rekenschap te geven van het feit dat een rechter in een individueel geval per definitie de argumenten van de betrokkene diende te wegen, doken politici, pers en het OM zelf er onmiddellijk op om de uitspraak te duiden alsof het om een religieuze zaak zou gaan.

De Telegraaf stelde dat de kantonrechter van mening was dat de religieuze plicht zwaarder weegt dan de plicht om te voldoen aan de wettelijke voorschriften. En daarmee waren de poppen aan het dansen.

Een greep uit de berichtgeving die losbarstte:' Id-kaart moet ook op sabbat'- ANP, 'OM wil ook ID-kaart op sabbat'-Binnenlands Nieuws, 'beroep tegen joodse man zonder id-kaart'- Kerknieuws.nl, 'Ophef over identificatieplicht Joden'-NOS, OM in beroep tegen joodse man zonder ID-kaart' -Trouw, 'vragen over ID-plicht Joden'- Volkskrant, ' Geen ID-bewijs op sabbat'- nieuws.nl, Joodse man geen ID-boete' 'Wet wijkt voor god' -Freethinker Joden moeten ook tijdens sabbat ID tonen'- forums marokko, 'Religie boven de wet '-PvdA', 'God boven de wet. Nee' -D66, 'Als of religie boven de wet gaat'-VVD, 'Het lijkt de omgekeerde wereld. Elke religie is begrensd door de wet en de wet wordt niet begrensd door religieuze overtuigingen.'-Groen Links.

De Minister van Justitie ( Opstelten) werd door de Tweede Kamer gevraagd om opheldering te geven over 'waarom de identificatieplicht niet geldt voor orthodoxe joden op sabbat',en daarmee leek het een uitgemaakte zaak dat de rechter zodanig zich zou hebben uitgesproken.

Voor het OM is deze ontwikkeling koren op de molen.

Hoewel het OM in eerste aanleg in deze zaak in het ongelijk is gesteld kan voor het OM de uitspraak in hoger beroep in dit geval nooit al te nadelig uitpakken. Mocht men immers de zaak alsnog verliezen, dan zal dit worden uitgelegd als een uitspraak die alleen rechtsgevolgen heeft voor een kleine groep orthodoxe joden. En in geval de hogere rechtbank meegaat in de stelling van het OM dat iedereen te alle tijde verplicht is om een geldig ID-bewijs ter plekke te kunnen tonen, dan is men spekkoopman en kunnen er maandelijks duizenden extra ID-boetes effectief worden geïnd.

Momenteel is de situatie namelijk dat, al 8 jaar lang, ruim de helft van de transactievoorstellen betreffende de maandelijks opgelegde 2000 à 3000 boetes, niet worden betaald omdat mensen het er niet mee eens zijn. In ruim 80% van die gevallen gaat men namelijk helemaal niet over tot vervolging en van de overgebleven 20% seponeert men voortijdig nog veel meer 'zaken'.
Dit is het gevolg van het feit dat het OM volgens de eigen richtlijnen van de toepassing van de wet heel goed weet dat burgers gelijk hebben als ze stellen dat er geen draagplicht is, dat de ID-plicht niet als boeteverdubbelaar mag worden toegepast en dat de ID-plicht niet als doel op zichzelf mag worden toegepast.
Maar nu heeft men een zaak bij de hand die zodanig als heikel religieus onderwerp in de markt kan worden gezet dat het kansen biedt om, tegen de politieke besluitvorming in, alsnog via jurisprudentie te bewerkstelligen dat van alle burgers vanaf 14 jaar geëist kan worden dat ze altijd een geldig identiteitsbewijs bij zich te hebben.

Wetsgeschiedenis Toonplicht geen Draagplicht

Her invoering van een uitgebreide ID-plichtwet stuitte na de oorlog jarenlang op grote bezwaren in de samenleving. Maar door de aanslagen in New York in 2001 en het vermoorden van Fortuyn in 2002 en van Gogh in 2004 werd iedere vorm van verzet tegen het introduceren van stringente overheidscontrole de kop in gedrukt.
Desondanks blijkt uit de wetsgeschiedenis dat er in het parlement geen meerderheid verkregen zou worden voor de wet op de uitgebreide ID-plicht als deze verder zou gaan dan de eis dat burgers vanaf 14 jaar een geldig identiteitsbewijs zouden moeten kunnen tonen. Het woord 'draagplicht' werd letterlijk uit het wetsvoorstel geschrapt. ( zie ‘hoe maakbaar is veiligheid, Klink & Zeegers ISBN: 9 789067 281911 e.a.…)

Vooralsnog was de beperking tot de toonplicht niet zo'n groot bezwaar voor de betrokken bewindslieden omdat de wet er in elk geval was gekomen en derhalve een grote stap gezet was naar een betere registratie en controlestructuur van de burgers, omdat nu iedereen vanaf 14 verplicht was geworden om over een geldig ID-bewijs te kunnen beschikken. Dat de burgers niet transparant geïnformeerd konden worden over hun rechten en plichten nam men maar op de koop toe. En dat gold in feite ook voor de opsporingsambtenaren die maar zelf moesten uitzoeken hoe ze een oplossing vonden tussen enerzijds de opdracht om de ID-plicht wet enkel toe te passen als het voor de uitoefening van hun taak noodzakelijk werd geacht, en anderzijds de opdracht tot het behalen van de opgelegde maandelijkse boetequôte.

Later heeft minister Kamp nog een poging gedaan om de draagplicht alsnog bij wet vast te leggen. In het wetsvoorstel over het zgn. Burkaverbod ( marketing voor algeheel verbod op gezichtsbedekkende kleding) stond een onopvallend zinnetje dat tevens in een andere wet (de WU-ID) het woord toonplicht vervangen zou worden door het woord draagplicht. Maar om dit op deze manier ongemerkt door de Kamer het laten aannemen mislukte.

De evaluatie van de ID-plichtwet bood geen gelegenheid om een voorstel te lanceren om de draagplicht alsnog bij wet vast te leggen. Zelfs toen na eindeloos uitstellen van de toegezegde evaluatie het rapport werd gemaakt door een nou niet echt als onafhankelijk te typeren bedrijf, kon niet geheel verbloemd worden dat zowel het beoogde doel van de ID-plichtwet als de uitvoering op grote kritiek bleef stuitten.
Daar kwam nog bij dat de veiligheidsrisico's van het bij zich dragen van een geldig ID-bewijs sinds 2005 substantieel groter waren geworden. Allereerst door dat de paspoort en ID-kaart documenten die vanaf 26 augustus 2006 werden uitgegeven door het gebruik van contactloze RFID-chips op afstand uitleesbaar waren en ten tweede omdat het in de documenten vermeldde Burger Service Nummer (BSN)zeker in combinatie met de andere persoonsgegevens van de documenten zeer geschikt zijn voor het kunnen plegen van identiteitsfraude of -diefstal.

Stand van zaken 2013

De regering, inmiddels bestaande uit VVD en de PvdA ( die destijds de draagplicht tegenhield) zal zich niet snel zal wagen aan een voorstel tot wetswijziging van de ID-plicht wet ter invoering van een officiële draagplicht.

Maar mocht het OM kans zien om, alsnog op oneigenlijke wijze via een vorm van systeemdwang af te dwingen ( of als aannemelijk te blijven doen voorkomen), dat de wet in feite wel een draagplicht impliceert, dan zal de extra bron van inkomsten hogelijk wordt gewaardeerd. En valt te verwachten dat het feit dat dit buiten de democratische besluitvorming van de Kamer om gebeurd zal worden afgedekt in termen van de bekende dooddoener 'dat de gang van zaken geen schoonheidsprijs verdiend' of zelfs glashard wordt voorgesteld als een prima functioneren van de rechtstaat omdat de burgers via tussenkomst van de onafhankelijke rechterlijke macht ook in de toekomst weten waar ze aan toe zijn'