zondag, 14 augustus 2011 18:39

De essentie van het opsluiten van actievoerders in vreemdelingendetentie

thumb_bajesboot

Bij de ontruiming van het kraakpand Schijnheilig in Amsterdam op 5 juli 2011 werden 52 actievoerders in vreemdelingendetentie gezet omdat ze hun identiteit niet bekend wilden maken. De burgemeester van Amsterdam deelde mee dat dit een standaardprocedure is die in deze stad zo’n 10 à 15 keer per week wordt toegepast. Op 26 juli 2011 oordeelde de rechter in Utrecht dat de korpschef mensen waarvan de identiteit niet is vastgesteld aan de IND mag overdragen en dat deze instantie hen vervolgens als vreemdelingen mag opsluiten. Lees…

Wat drijft actievoerders om niet te vertellen wie zij zijn wanneer zij door de politie als verdachten worden opgebracht?

Antwoord op deze vraag luidt dat wie als verdachte wordt opgebracht, en eventueel vervolgens strafrechtelijk wordt vervolgd, zich naamloos wil kunnen verdedigen bij de rechter. De rechter beslist dan of de politie en het Openbaar Ministerie(OM) wel in hun gelijk staan met hun respectievelijke verdenking en beschuldiging van strafbare feiten. Bij vrijspraak of ontheffing van rechtsvervolging wordt de zaak dan afgedaan zonder dat er toch een zweem van verdenking aan de naam van de betrokkene blijft kleven.

vrijheidbanner

Vrijspraak betekent niet - zoals veel mensen ten onrechte denken- dat iemand wordt gezuiverd van de verdenking een strafbaar feit te hebben gepleegd. Het betekent juridisch alleen maar dat men niet afdoende overtuigend heeft kunnen bewijzen dat de beschuldiging terecht was.

Ook ontslag van rechtsvervolging, of niet ontvankelijke verklaring van een aanklacht van het OM, betekent niet dat iemand door Justitie niet meer in verband met zo’n aanklacht wordt gebracht. De impact van zo’n beslissing of uitspraak gaat namelijk niet verder dan de constatering dat het OM niet voldoende argumenten of bewijs heeft aangedragen om iemand te kunnen vervolgen of veroordelen.

Het gevolg hiervan is dat mensen die ten onrechte werden verdacht, ook na vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging, bij naam als verdachte in de politie- en justitieregisters blijven staan.

Voorbeeld: al jaren overkomt het meneer X en mevr.Y dat zij wegens vreedzame demonstraties tegen oorlogsvoering, worden opgepakt en gedagvaard. ‘Ik zie dat het de zoveelste keer is dat u voor de rechtbank verschijnt’ luidt inmiddels de standaard opening van de rechter. Objectief is dat een correcte opmerking maar waardevrij is het allerminst. Ook al luidt de repliek eveneens standaard,’ jawel edelachtbare maar ik werd altijd vrijgesproken’, de toon is gezet dat het om lastposten gaat en dat brengt onvermijdelijk het risico mee dat dit van invloed is op de beoordeling van een zaak.

Zelfs als mensen publiekelijk door de overheid van alle blaam worden gezuiverd, blijkt het verwijderen van onterechte registraties technisch niet te realiseren.

Voorheen leidde dit al regelmatig tot negatieve consequenties voor betrokkenen wanneer zij op een later tijdstip nogmaals met justitie in aanraking kwamen. Maar inmiddels zijn die gevolgen vele malen groter. Hiervoor zijn drie oorzaken aan te wijzen:

1- Door de digitalisering van de samenleving zijn er informatiestromen ontstaan tussen alle mogelijke organisaties, instellingen en diensten. Gegevens van politiediensten en uit justitieregisters waaieren uit naar gemeentediensten, jeugdzorg, wijkcomités,e.d. en komen zo op plekken terecht waarvan niemand meer weet wie er over de gegevens beschikt, wat er mee gebeurd en wie er voor verantwoordelijk is.

2- Sinds er van iedere burger die op welke manier ook met politie- of justitie in aanraking komt een (preventief) Justitieel Strafketendossier wordt bijgehouden is het koppelen, delen en bevragen van gegevens vaak niet meer dan een kwestie van één knop in drukken.

En doordat het persoonlijk contact in allerlei sectoren van de samenleving steeds verder afneemt worden gegevens over personen steeds vaker sec behandeld. Daarbij wordt de kans uiteraard steeds groter dat data buiten de context worden beoordeeld of worden ‘verrijkt’ met andere gegevens. Ook bijvoorbeeld met ‘zachte’ gegevens als subjectieve beoordelingen. Met alle gevaren van dien. Bijvoorbeeld dat in een elektronisch kinddossier vermeld wordt dat vader een risicofactor vormt voor het kind omdat hij herhaaldelijk werd verdacht van ordeverstoring, terwijl hij in werkelijkheid juist ten behoeve van de toekomst van het kind actie voert voor een schonere en veiliger wereld. Of een onderwijskracht, medewerker van het consultatiebureau, voogd of noem maar op die vermeldt .’Moeder kwam zenuwachtig over, wij twijfelen eraan of zij wel in staat is om goed voor haar baby te zorgen”ed.

3- De rol die de Nationale Keuringsdienst van Gedrag sinds de afschaffing van het ‘strafblad-systeem’ wordt toebedeeld heeft ongekende invloed op de levens van een groot deel van de bevolking. Om te bepalen of iemand een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) verstrekt kan worden maakt deze dienst gebruik van alle gegevens die over een persoon zijn vastgelegd in zowel politie als justitie registers. Aan de hand van deze gegevens beoordeeld men dan of mensen in de gelegenheid worden gesteld om een baan aan te nemen of stage voor een opleiding mogen gaan volgen. Via de uitzendingen van de Vara ombudsman in 2011 bleek daarbij hoe rücksichtslos mensen hun toekomst kan worden ontnomen doordat de gegevens niet in een context worden beoordeeld. Het baldadig aansteken van een kerstboom bleek ingedikt als registratie ‘veroordeeld wegens brandstichting’ een jongere jarenlang iedere kans op het krijgen van een baan of opleiding te ontnemen. Zo zijn verdenking van ‘orde verstoring’ en ‘niet opvolgen van orders van de politie’ vaak de maatstaf voor de politie om demonstranten op te pakken terwijl het, bijvoorbeeld als een politiebus op demonstranten probeert in te rijden, zelfs een burgerplicht is om te proberen dat te verhinderen. Maar dat komt uiteraard niet uit de verf als ook aantekeningen in politieregisters – die om moverende redenen nooit tot vervolging leidden- tot gevolg kunnen hebben dat men geen VOG krijgt en derhalve geen les mag gaan geven, geen visum kan krijgen, geen gastouder mag worden, afgewezen wordt voor een belangrijke functie of voor vrijwilligerswerk of voor waar men tegenwoordig ook allemaal maar een verklaring van onbesproken gedrag voor nodig heeft.

De enige manier om te voorkomen ten onrechte toch gekoppeld blijven worden aan onterechte beschuldigingen is om als verdachte te weigeren je naam bekend te maken en de kwestie anoniem door een rechter laten beoordelen.

Deze constructie werd in het verleden, met name door actievoerders die van mening waren onterecht door de politie te zijn gearresteerd, veel gebezigd. Via tussenkomst van een advocaat (die wel van de naam van betrokkene op de hoogte is) kan men dan als NN-er gedagvaard worden en ter zitting gewoon als verdachte NN nr. zoveel worden gehoord en beoordeeld door de rechtbank.

Voorgeschiedenis

Bij Stichting Meldpunt Misbruik ID-plicht (lid van de vereniging Vrijbit) zijn gevallen bekend dat de politie, in elk geval al sinds 2002, actievoerders in vreemdelingenbewaring zet, wanneer zij na arrestatie verhoord worden en daarbij weigeren om hun naam bekend te maken.  

In 2004 (Nijmegen) en 2007 (rechtbank Den Haag) verbood de rechter de politie uitdrukkelijk om actievoerders in vreemdelingendetentie op te sluiten als dwangmiddel om hun naam te achterhalen.

De uitspraak inzake de clowns die in Utrecht werden opgepakt wegens het gratis uitdelen van kleren op Hoog Catharijne, laat aan duidelijkheid niets te wensen over: "2.9 Naar het oordeel van de rechtbank dienen er voor de toepassing van bevoegdheden op grond van de Vreemdelingenwet 2000 feiten en omstandigheden aanwezig te zijn die duiden op een niet-rechtmatig verblijf in Nederland. Deze feiten en omstandigheden dienen door verweerder [= de politie] aannemelijk te worden gemaakt. Daarvan is in casu niet gebleken. Het niet tonen van een identiteitsdocument en de weigerachtige houding van eiseres [= jip] tijdens een tegen haar aangevangen strafrechtelijke procedure is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om toepassing te geven aan bevoegdheden op grond van de Vreemdelingwet 2000. De maatregelen van ophouding en bewaring zijn reeds hierom onrechtmatig. Daarbij acht de rechtbank nog van belang dat op geen enkele wijze is vastgesteld dat eiseres een vreemdeling is in de zin van artikel 1, eerste lid, aanhef en onder m, van de Vw, zodat ook om deze reden de maatregel van bewaring onrechtmatig dient te worden geacht. De door verweerder aangehaalde uitspraak van de AbRS van 9 december 2005 doet aan het vorenstaande niet af." Tevens moet de staat 775 euro schadevergoeding betalen aan Jip en de proceskosten vergoeden. (Uitspraak 14-8-2007  zaaknummers: AWB 07/31054; 07/31089 VRONTN)

Hoe ernstig is het als actievoerders niet bij naam bekend zijn bij strafrechtelijke vervolging?

Het Nederlandse rechtssysteem kent voldoende mogelijkheden om de mazen te dichten voor mensen die zich niet bekend willen maken wanneer zij deze de NN constructie enkel zouden willen gebruiken om aan vervolging te ontkomen. Personen die verdacht worden van het plegen van ernstige misdrijven kunnen worden vastgehouden door ze op last van de rechter-commissaris of raadkamer in voorlopige hechtenis of voorarrest te plaatsen. 

En bij lichtere wetsovertredingen, kan men de rechter aansluitend op de ophouding door de politie of de periode van in verzekering stelling via snelrecht over de zaak vragen te oordelen, in geval men het risico wil uitsluiten dat een verdachte uit zicht zou verdwijnen.

Politie blijkt erop gebrand om actievoerders de mogelijkheid te ontnemen om aanklachten naamloos ter beoordeling aan de rechter voor te leggen.

De politie wil persé van actievoerders achterhalen wie zij zijn. Bekend zijn de vele gevallen waarin actievoerders, enkel vanwege het feit dat zij hun mening uiten op straat werden gedwongen om hun identiteitspapieren te laten zien. Veelvuldig werden actievoerders onterecht opgepakt, puur omdat hen werd verboden om te demonstreren. Het Zwartboek 1-jaar ID-plicht 2005  en het rapport van de Nationale Ombudsman in 2007 ’demonstreren staat vrij’  spreken wat dat betreft boekdelen. Als meest schrijnende voorbeeld kan men het incident uit mei 2006 beschouwen waarbij de politie in Amsterdam een arrestant zelfs in levensgevaar bracht door hem zijn hartmedicijnen te onthouden met de mededeling dat hij deze pas zou krijgen wanneer hij zijn naam bekend maakte. Op 5 mei 2007 verlaagde de Utrechtse politie zich zelfs tot het provoceren en in gevaar brengen van bijna honderd fietsdemonstranten om een excuus te creëren dat het mogelijk maakte hen massaal op te pakken teneinde de identiteit van de deelnemers te achterhalen.

Men schroomt, zo blijkt, zelfs niet om actievoerders zonder enige vorm van proces tot een half jaar gevangen te zetten als pressiemiddel om hen te bewegen toch maar hun identiteit prijs te geven. Dat daarbij oneigenlijk gebruik wordt gemaakt van de Vreemdelingenwet als op geen enkele wijze aannemelijk is dat het om een persoon zou gaan die niet legaal in het land verblijft, blijkt de overheid geen bezwaar mee te hebben. Dat daarmee wordt getornd aan het basis principe van een rechtsstaat waarin iemand als onschuldig geldt zolang zij niet veroordeeld is, en pas na een veroordeling eventueel bestraft kan worden, lijkt niet te deren.

Behoud scheiding der machten is cruciaal voor behoud van een rechtstaat

Dat mensen zich in rechte anoniem moeten kunnen verdedigen dient niet enkel hun individuele belang. De rechtstaat als geheel staat of valt bij het handhaven van de scheiding der machten (Trias politica). Zodra de politie, zonder tussenkomst van een rechter ertoe overgaat om mensen te bestraffen en langdurig vast te zetten, spreekt men van een politiestaat.

Zodra politiediensten zich niet tot hun taak van opsporing beperken, maar zelf mensen gaan bestraffen voor onwelgevallig gedrag, is dat het geval. Zodra de politie burgers, die volgens de wet hooguit een strafbaar feit plegen als ze geen identiteitsbewijs tonen, gevangen zet wanneer zij hun identiteit niet bekend willen maken, overschrijdt men de grens van het toelaatbare.

( Waarbij opgemerkt dient te worden dat ook het gevangen zetten van onschuldige volwassenen en kinderen in bajesbooten en gevangeniskampen, enkel omdat zij als vreemdeling worden aangemerkt, strijdig is met wetgeving inzake de fundamentele mensenrechten van de slachtoffers).

De rol van de overheid

Sinds men de bevolking als tegenstander, als preventief verdachten en als potentiële risicofactoren beschouwd, wil de overheid van iedere inwoner van het land zoveel mogelijk weten. Gegevens, over waar mensen zich bevinden of bevonden hebben, met wie ze contact hebben, waar ze hun informatie vandaan halen, waar de inkomsten vandaan komen en hoe die besteed worden plus gegevens qua de gezondheid, vormen te samen een rijke bron van data. Maar voor het controleren een reguleren van gedrag alleen bruikbaar mits ze gekoppeld kunnen worden aan bepaalde personen. Daartoe bouwde de overheid in de afgelopen 10 jaar aan het opzetten van een infrastructuur, om alle burgers- liefst 24 uur per dag /7 dagen in de week ‘real’time’ – te kunnen koppelen aan hun gedrag.

Het begon met de Wet op de Uitgebreide ID-plicht, die na enkele jaren voorbereiding in 2005 van kracht werd. In feite bleek deze bedoeld om iedereen boven de 14 jaar te verplichten tot de aanschaf van een geldig identiteitsbewijs èn om de bevolking te laten wennen aan het idee dat men verplicht zou worden zich constant te moeten laten controleren.

Dat jaar werd ook de Wet Vorderen Gegevens ingevoerd, waarbij politie en justitie de bevoegdheid kregen om in feite overal waar persoonsgegevens werden vastgelegd deze te kunnen opeisen, ook als het om biometrische gegevens gaat.

In 2005 startte ook het vullen van de nationale justitiële DNA databank. Jarenlang voorgesteld als een databank waar enkel verplicht het DNA werd opgeslagen van mensen die zich schuldig hadden gemaakt aan ernstige misdrijven. In de praktijk echter werd iedereen die veroordeeld werd voor een strafbaar feit waarvoor 4 jaar hechtenis kan worden gegeven verplicht DNA af te staan- dus ook allen die veroordeeld werden voor bijvoorbeeld ordeverstoring, ongeacht of de rechter het feit niet de moeite had gevonden om tot strafoplegging over te gaan.

Op 1 januari 2006 werd via de invoering van de verplichte ziektekostenverzekering, de druk extra opgevoerd om de burgers, die nog steeds niet over een geldig ID-bewijs beschikten, via de gezondheidszorg daartoe te pressen. De minister verbood ziekenhuizen glashard om nog langer reguliere zorg te verlenen als patiënten niet vooraf een geldig identiteitsbewijs toonden.

In augustus 2006 werden de biometrische paspoorten en ID-bewijzen ingevoerd. Daarmee werden aan de reisdocumentendatabanken, die in 1991 al waren gedigitaliseerd, van alle nieuwe aanvragers gezichtsopnamen toegevoegd die, via de gezichtspunten van de gedigitaliseerde pasfoto, gebruikt kunnen worden voor gezichtherkennende camera surveillance. Het wetsvoorstel om het verwerken van de pasfoto’s af te schaffen en over te gaan op het maken van directe scans van het gezicht- zodat ze veel betere resolutie hebben en beter voor gezichtsherkenning bruikbaar zijn, sneuvelde eind dat jaar (nog!).

Eind 2007 werd een grote slag gemaakt toen de omzetting zijn beslag kreeg van het sociaal –fiscale (sofi)nummer naar het Burger Service Nummer(BSN) Daarmee werd de invoering van een uniek persoonsnummer voor iedere Nederlander een feit. Dit nummer geeft toegang tot ALLE informatie over een persoon waar de overheid over beschikt, en fungeert als sleutel waarmee al die gegevens altijd eenvoudig op persoon te vinden en uit te wisselen zijn.

In juni 2008 werd de identificatie van de burger via de gezondheidszorg aangescherpt met de wetgeving ‘BSN in de zorg’. Iedere zorgverlener werd nu van overheidswege verplicht om mee te bouwen aan het opzetten van een permanent persoonscontrole systeem. Zorgverleners werden verplicht om op alle administratieve uitwisseling onderling en naar de zorgverzekeraars toe altijd het BSN van de patiënt te vermelden. Daartoe werd zelfs een aanpassing gemaakt voor de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) zodat zorgverleners, net als tot dan toe de opsporingsambtenaren, de bevoegdheid kregen om het tonen van een geldig identiteitsbewijs te vorderen.

In juni 2009 volgde de goedkeuring van de Eerste Kamer van de nieuwe Paspoortwet. Deze verplicht aan dat iedereen, vanaf 12 jaar, die een paspoort of ID-kaart aanvraagt zijn vingerafdrukken moet afstaan aan de overheid.

Waarmee men een extra stap gemaakt dacht te hebben naar het virtueel kunnen bespioneren van alle doen en laten van de burger, in de veronderstelling dat bij biometrische identificatie het lichaam rechtstreeks als identificatiemiddel dienst doet.

Vingerafdrukken zouden door de opslag in de, op afstand uitleesbare, chip van de documenten een automatische persoonscontrole mogelijk maken, was de bedoeling. En als twee vliegen in één klap regelde de paspoortwet ook dat er extra vingerafdrukken werden opgeslagen in een overheidsdatabank voor gebruik door veiligheids-en inlichtingendiensten en voor politie- en justitie werk. Als voorstadium via de-centrale databanken, met de uitdrukkelijke bedoeling deze om te vormen tot een 24h/7dgs on-line bevraagbare centrale databank.

De Paspoortwet bleek wat betreft de vingerafdruktechnologie volkomen waardeloos voor verificatie -en identificatiedoeleinden. Het OM heeft dan ook aan minister laten weten dat men totaal niet geïnteresseerd is in het gebruik van vingerafdrukken uit de reisdocumentenadministratie. Maar wel in het bouwen van een eigen justitieel strafketen dossier, waarbij van iedereen die door de politie als verdachte wordt aanmerkt en zich niet onmiddellijk met een identiteitsbewijs kan laten identificeren direct 10 vingerafdrukken en een gezichtsopname worden afgenomen voor opslag in een justitieel strafketendossier.

De Wet identiteitsstelling verdachten, veroordeelden en getuigen, die ook in juni 2009 werd aangenomen en op 1 oktober 2011 in werking trad, heeft daartoe, in combinatie met de Wet op de Uitgebreide ID-plicht, de bevoegdheid.

Komend najaar gaat er geëxperimenteerd worden met mobiele vingerscanners. Dan gaat de politie mensen verplichten om op straat hun vingerafdrukken te geven. Officieel wordt dit in eerste instantie gepresenteerd als methode om te controleren of mensen soms vreemdelingen zijn. Iets wat bij voorbaat gedoemd is te mislukken, omdat aan de hand van vingerafdrukken helemaal niet met zekerheid kan worden vastgesteld of iemand al dan niet legaal in het land is. lees...

Bovendien valt er bij het scannen van vermeende illegalen niet te ontkomen aan discriminatie. Vandaar dat het ook om een experiment gaat, want als discriminatie niet geoorloofd is, zal die stelling de grondslag vormen voor het toelaten van controle van iedereen.

Daarmee wordt dan een instrument ontwikkeld waarvan het de bedoeling is dat de politie van iedereen d.m.v. de vingerscan even kan kijken in het justitieregister, al was het maar om makkelijk onbetaalde boetes te kunnen gaan innen.

En zo zijn we anno 2011 verzeild geraakt in een Nederland waar iedere inwoner als potentiële vreemdeling wordt beschouwd tenzij hijzelf het tegendeel kan bewijzen!

lees ook: 13 -8-2011 Privacynieuws.nl Ombudsman: een actievoerder is geen veelpleger