Print deze pagina

Europees Hof voor de Rechten van de Mens weigert klachten tegen biometrisch gechipte paspoorten-en ID-kaarten te toetsen aan fundamentele mensenrechten.

Persberichten vrijdag, 25 februari 2022 16:18

Vorige week kwamen, bij Vrijbit, de laatste uitspraken binnen van het EU Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in zake de 6 ingediende aanklachten tegen de Nederlandse Staat over de verplichte afgifte en opslag van biometrisch gegevens voor het verkrijgen van een paspoort of ID-kaart.

Na 12 ½ jaar procederen (waarvan 5 jaar op de wachtlijst voor behandeling door EHRM) werden alle vier Paspoortzaken (Eversteijn, v. Luijk, Roest en Willems  en de twee ID-kaart zaken (Kooista en Wijnberg) als ongegrond (ill-founded) bestempeld en niet ontvankelijk verklaard. Zonder dat het EHRM, daar een deugdelijk en volledige motivering voor gaf.

Deze uitkomst is zeer onbevredigend voor de bezwaarden tegen de registratie van vingerafdrukken en digitale gezichtsscan in de overheidsregisters en de op afstand uitleesbare paspoort en ID-kaart documenten. Omdat met deze uitspraken gebleken is dat geen enkele verantwoordelijke autoriteit of rechterlijke macht de burger wenst te beschermen tegen de nationale en EU wetgevende overheid waar deze de fundamentele rechten van de burger aan haar laars lapt.

Citaat Willems: ‘In deze lange en kostbare juridische procedure is mij van enige redelijkheid of billijkheid niets gebleken, in tegendeel, er is bewust samengespannen om mijn gerechtvaardigd beroep op de mensenrechten buiten de procedure te houden en ze niet aan toetsing te onderwerpen’.

Het EHRM heeft het duidelijk niet aangedurfd om een oordeel te vellen. Door het niet ontvankelijk verklaren heeft het EHRM gekozen voor een procedurele uitweg om de inhoudelijke behandeling van de kwestie uit de weg te gaan.

Als het EHRM wèl inhoudelijk getoetst zou hebben aan de mate waarop inbreuk wordt gemaakt op het recht op bescherming van het privéleven en lichamelijke integriteit, door het opeisen door de overheid van de unieke automatisch herkenbare lichaamskenmerken van onschuldige burgers (die tot op dat moment een onlosmakelijk deel van diens identiteit uitmaken), zou dat grote gevolgen kunnen hebben gehad voor alle EU lidstaten en de ± huidige 450 miljoen EU burgers. In lijn met eerder uitspraken van het EHRM, m.b.t. het slechts beperkte recht van overheden om de biometrische data te bewaren van burgers die ooit via het strafrechtcircuit werden verkregen, is het niet denkbeeldig dat een inhoudelijk oordeel over de grootschalige bulkopslag van vingerafdrukken en digitale gezichtsscan van onschuldige burgers, positief zou kunnen uitvallen voor degenen die het oordeel daarover aan vroegen.

Daar heeft het EHRM zich duidelijk niet aan durven wagen. Wat ongetwijfeld alles te maken heeft met het immense politieke en financiële belang van de biometrische industrie en veiligheidsindustrie in het algemeen in Europa. Industrieën die een belangrijke economische pijler vormen van het beleid van de EU en een politiek beleidsinstrument om de immigratie te controleren.

Dan maar liever zich er met een rammelende redenering vanaf maken. Want ook al wordt daarbij uitgegaan van onjuiste aannames, daar kunnen de betrokkenen toch niet meer tegen protesteren omdat er met het EHRM niet nader mag worden gecommuniceerd en tegen een EHRM uitspraak geen beroep mag worden ingesteld.

Vrijbit kan dan ook niet anders concluderen dan dat- met de niet ontvankelijk verklaringen de democratische rechtstaat niet (meer) blijkt te functioneren. Overduidelijk bevestigt de gang van zaken immers dat, in alle geledingen van de wetgevende macht, de uitvoerende macht en de rechtsprekende macht, de belangen van de politieke machthebbers en die van het veiligheidsindustrieel complex voorrang krijgen boven de bescherming van de fundamentele mensenrechten van de burger. 

Lees meer over de onjuiste aannames en uitgangspunten van het EHRM

  • Het EHRM stelt niet te hoeven toetsen omdat het voldoet om principieel de nationale rechter (in deze de //www.raadvanstate.nl/@8917/zonder/">uitspraken 25-05-2016 van de Raad van State) te volgen (sic. die ook niet toetste aan de fundamentele mensenrechten) behoudens uitzonderlijke gevallen waarbij het om levensbedreigende situaties gaat.
  • Het EHRM stelt ten onrechte dat het Europees Hof van Justitie  (HvJ) die mensen rechterlijke toets al had gedaan in de Duitse zaak Schwarz. NB. Terwijl die zaak maar gedeeltelijk de Nederlandse cases overlapt en bovendien de voorzitter van het Hof d.d. 06-11-2014 (tijdens de zitting over de prejudiciële vragen) de aanwezigen letterlijk voorhield dat ‘ het finale oordeel over de al dan niet strijdigheid met het EVRM uiteindelijk in Straatsburg door het EVRM zou moeten worden geveld’. Het EVRM stelt echter dat het HvJ toetste aan het Handvest van de Grondrechten van de EU en dat de intentie daarvan gelijk is aan het EVRM, dus dat HvJ al getoetst had. Ook voegde het EHRM daar nog aan toe dat als Willems e.a. andere bezwaren dan Schwartz te berde hadden gebracht, deze door de Raad van State behandeld zijn ( en dus niet door EHRM gewogen hoeven te worden omdat men de nationale rechter volgt)
  • Het EHRM oordeelt dat geen toetsing nodig is over de specifieke persoonlijke situatie van de klacht indieners, omdat dit, na de uitspraak  Schwartz een ‘misplaatst excessief formalisme’ zou betreffen.
  • Het EHRM slaat geen acht op de mogelijkheden om, in lijn met de opdracht van de Verordening, lidstaten ervoor dienen te zorgen dat de waardigheid van betrokkene wordt gewaarborgd ingeval van moeilijkheden bij het opnemen van gegevens (EG Nr. 444/2009 art 1 bis 2.2).
  • Het EHRM vind het irrelevant dat de doelomschrijving m.b.t. de oplossing van look-a-like fraude bij het aanvragen van de documenten een niet bestaand probleem betreft, omdat er ook andere doelen, (zoals de bewaking van de buitengrenzen van de EU en gemak bij grenscontrole), aan de wetgeving ten grondslag liggen. Dat de vingerafdrukken nog steeds niet gebruikt worden voor die grenscontroles wordt eveneens niet relevant gevonden, evenmin als het wèl bestaande probleem dat controle als deze wel plaatsvind onvermijdelijke gevallen oplevert van ‘false negative’ uitslagen.
  • Het EHRM heeft de ingebrachte bezwaren tegen de digitale gezichtsopname totaal genegeerd.
  • Het EHRM meent ten onrechte dat het uitwisselen met naties buiten de EU geen gevaar zou opleveren voor misbruik door ander gebruik van de data dan voor grenscontrole.
  • Het EHRM stelt ten onrechte dat de Nederlandse Staat heeft afgedekt dat de fabrikant de gegevens moet afgeven aan de VS, indien deze gevorderd worden op grond van de Patriot (nu Freedom) Act.
  • Het EHRM acht de veiligheidskenmerken van de documenten voldoende omdat de standaarden hiervoor ‘indertijd’ voldeden aan de toenmalige technische mogelijkheden.
  • Het EHRM gaat niet in op het alternatief van een met pincode beveiligde chip in het document, noch op het bezwaar dat de deskundige van dhr.Willems bij de Raad van State duidelijk maakte dat de certificering van de RFID-chip geen daadwerkelijke veiligheid biedt. Men stelt simpelweg dat opslag op een RFID chip, en de veiligheidseisen daaraan,  volgens de EU Verordening verplicht zijn.
  • Ook het feit dat van klagers het recht op fair trial geschonden is, wat deel uitmaakte van de klachten, wordt totaal genegeerd. Terwijl ook dit een fundamenteel mensenrecht betreft waarop het EHRM getoetst zou dienen te hebben aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) vanwege de overschrijding van alle redelijke termijnen bij de besluitvorming van de verantwoordelijke burgemeesters en de rechtspraak in alle fases van de juridische procedures.

Bovenstaande aanmerkingen op de uitspraak zijn niet volledig, maar geven wel een beeld van wat we een onvoldragen en onjuiste motivering noemen.

Het pingpong spel tussen de Raad van State, het HvJ en het EHRM, had voorkomen kunnen worden als de Raad van State, toen men na eindeloos treuzelen besloot om prejudiciële vragen te gaan stellen aan het HvJ, niet besloten had om in 2013 de oorspronkelijke 1e vraag in te trekken.

Die luidde: ‘ is de EU Verordening ( die biometrische data eist voor het verstrekken van een paspoort) geldig in het licht van de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de Grondrechten van de EU en artikel 8 van het verdrag tot bescherming van de mens en de fundamentele vrijheden? ‘

Allen die hoger beroep hadden ingesteld hebben tegen het intrekken van die vraag vruchteloos geprotesteerd. Met als gevolg de carrousel dat de Raad van State ( ten onrechte) volhield dat die vraag al beantwoord zou zijn in de zaak Schwarz, het HvJ hierover geen uitspraak deed omdat de vraag was ingetrokken en het EHRM, de nationale rechter volgt en dus ook van mening blijkt dat de vraag al beantwoord was.

Cases

Op 02-12-2021 werd uitspraak gedaan in de Paspoort zaak Willems against the Netherlands 

FOURTH SECTION DECISION Application no. 57294/16 https://hudoc.echr.coe.int/eng?i=001-214169

Op 09-12-2021 volgden de summiere uitspraken in de Paspoortzaken Eversteijn no 66553/16, Van Luijk no 67454/16 en Roest, waarbij simpelweg verwezen werd naar de  uitspraak Willems.

Op 03-01-2022 Kwamen de uitspraken in de ID-kaart zaken van Wijnberg no70177/16 en Kooistra.

Ook hen werd te verstaan gegeven dat het oordeel van de nationale rechter werd gevolgd omdat niet gebleken was van een uitzonderlijke aantasting van de vrijheidsrechten die indruist tegen art 8 EVRM. In de uitspraak van de zaak Wijnberg werd ook daarbij nog aangegeven dat haar beroep op art. 6 van het EVRM daarom ook buiten de mogelijkheden vallen waarover het EHRM ‘ratione materiae’ zou mogen oordelen.

Dat ging om de klacht’ De Nederlandse Paspoortwet biedt geen enkele ruimte voor gewetensbezwaarden. Voor de Nederlandse identiteitskaart ontbreekt een nationale alternatieve voorziening voor gewetensbezwaarden en  voor het paspoort wordt voorbijgegaan aan  art art1 bis 2 2. die voorschrijft dat waar het verkrijgen van de gegevens tot problemen leidt een passende procedure waardigheid van de burger dient te waarborgen. Omdat mijn levensovertuiging zich absoluut verzet tegen het gebruik van biometrie voor een paspoort of identiteitskaart, schendt de Staat zodoende mijn recht op gewetensbezwaar.

Voor wie zich zelf een oordeel wil vormen of een juridisch verklarend commentaar op de uitspraak van het EHRM wil formuleren, zijn de uitspraken beschikbaar.

Het vervolg

Van de dertig, bij Vrijbit bekende, gevallen waarin mensen de juridische strijd aangingen omdat zij het afgeven van biometrie voor het aanvragen van een paspoort of ID-kaar onacceptabel vinden, bleven er 6 over die tot het laatst volhielden. Met de niet ontvankelijk verklaring door het EHRM is die rechtsgang nu afgesloten.

Weliswaar heeft deze strijd tussen door wel opgeleverd dat de vingerafdrukken niet langer na afgifte van de documenten in de overheidsregisters bewaard blijven, maar de opslag ervan bij de fabrikant en in de RFIDchip van de documenten blijft de burger individueel en de samenleving als geheel in gevaar brengen.  Werd er in 2009 nog door velen gedacht dat het allemaal zo’n vaart niet zou lopen met het inrichten van een ‘ total surveillance’ staat en risico’s van hacking van digitale bestanden…… de geschiedenis heeft in die 12 ½ jaar wel uitgewezen hoe urgent die problemen zijn.

De principiële bezwaren tegen het in bezit nemen en gebruiken van biometrische kenmerken van de burger zijn ook zeker niet verandert.

Wat dat betreft vragen we niet alleen aandacht voor de mensen die de juridische strijd aangingen, maar voor alle anderen gelijkgezinden. Met name specifiek voor degenen die vanwege hun principiële bezwaren geen paspoort of ID-kaart kunnen aanvragen.

Na vele acties van Vrijbit werd de vingerafdrukplicht uit 2009 voor de ID-kaart in 2014 afgeschaft en konden ‘vingerafdrukweigeraars’ tenminste een geldig identiteitsdocument krijgen om aan het normale sociale verkeer deel te nemen. Maar deze verworvenheid (die bewerkstelligd werd door de rechtszaken omdat de vingerafdrukken niet op grond van de EU Verordening hadden mogen worden verplicht) is inmiddels weer afgeschaft omdat er via vuil spel is geregeld dat de  verplichting alsnog via aanpassing van de Verordening is ingevoerd. NB Via een EU verordening die niet ziet op nationale identiteitsdocumenten en over welke gang van zaken Vrijbit via een ( uiterst langdurige) WOB procedure boven tafel probeert te krijgen hoe ‘de gootjes liepen’.

Omdat het afpakken van lichaamseigen materiaal en kenmerken over een van de belangrijkste kwesties van deze eeuw gaat, zijn er gelukkig mensen die dit blijven bestrijden.

Zo loopt er inmiddels in Hoger Beroep de procedure (Wijnberg) waarbij  geëist wordt dat de biometrische registratie bij aanvraag van een ID-kaart na controle op fraude bij afgifte, deze gegevens worden verwijderd uit de database en enkel nog voor fysieke controle zichtbaar blijven op het document.

Ook dhr. Willems staakt de strijd niet en is begonnen aan een nieuw traject, waarbij hij - nu een uitzondering op grond van het EVRM juridisch niet afgedwongen kon worden- de burgemeester vroeg om hem een tijdelijk paspoort te vergunnen (waarvoor geen vingerafdrukken voor hoeven te worden afgegeven)

citaat: ‘De Paspoortwet laat de burger maar ook de burgemeester niet veel ruimte. Echter de Europese wetgeving welke hoger in rangorde staat dan de Nederlandse verplicht de burgemeester tot het meewerken om het voor de burger mogelijk te maken vrij te reizen.’.

De kans is groot dat dit verzoek door de burgemeester (als bevoegde autoriteit in deze) zal worden geweigerd om de wet meer barmhartig en billijk toe te passen.

In dat geval is het mogelijk op grond van hoofdstuk 9 Awb om een klacht in te dienen bij de Nationale Ombudsman, nadat een interne commissie van de overheid zich over de klacht gebogen heeft.

Het voordeel van een dergelijke klacht is dat de interne commissie en – in hoogste instantie – de Ombudsman niet toetsen op rechtmatigheid, maar op behoorlijkheid (lees: goed fatsoen).

Waarbij de ervaring leert dat de Nationale Ombudsman zorgen van burgers serieus neemt, eerder al opkwam voor de mensen die zonder geldig Identiteitsdocument geen leven hadden en een oordeel van de Nationale Ombudsman inhoudende dat de overheid onfatsoenlijk handelt in ieder geval veel politieke gevolgen kan hebben.

Wie zich geroepen voelt om deze wegen ook te bewandelen wordt verzocht contact op te nemen met Vrijbit.

Centrale 24/7 online databank met paspoort ID-kaart gegevens

Tot slot nog even attentie gevraagd voor het gevaar dat de regering, in een onbewaakt ogenblik of via slinkse manoeuvres, een poging waagt om alsnog de niet in werking getreden clausule in de Paspoortwet te activeren.

Dat gaat om de clausule die beoogt om de gemeentelijke reisdocumenadministraties om te vormen tot een online 24/7 bevraagbare overheidsdatabank met de paspoort- en ID-kaart data.

Het EHRM meldt in de niet ontvankelijk verklaring van Willems dat mocht dat in werking treden het de burger vrij staat om daar een nieuwe procedure tegen te beginnen. Dat schiet natuurlijk niet op omdat bezwaarden dan opnieuw de nationale rechtsgang uitputtend zouden moeten gaan bewandelen, alvorens zich tot het EHRM te mogen wenden. Met gerede kans dat, als dat niet iemand de kop heeft gekost, het EHRM weer integraal de nationale rechter volgt.

Waakzaamheid is dus geboden om erop toe te zien dat de natte droom van CDA en VVD in deze alsnog werkelijkheid zou worden. Vooralsnog geeft de minister noch de Tweede Kamer gehoor aan de oproepen van Vrijbit om deze clausule uit de wet te schrappen. Zolang dat niet gebeurd moeten wetsvoorstellen uiterst kritisch op dit punt worden gescreend, want het zal niet de eerste keer zijn dat er via wetsvoorstellen met een titel die de inhoud verhullen, stiekem voorstellen worden doorgedrukt zonder dat Kamerleden zelfs maar opmerken waar het over gaat.