De Eerste Kamer bespreekt maandagavond 6 Juli 2009 een voorgestelde wijzing van de Telecommunicatiewet ( 31.145 ) en de Wet op de economische delicten. Het betreft een verplichting voor telecommunicatie- en internetbedrijven om gegevens over het bel- en mailverkeer van hun klanten voor tenminste een jaar te bewaren. De verkeers- en locatiegegevens kunnen door opsporingautoriteiten worden opgevraagd in het geval van verdenking van een ernstig misdrijf. De wetwijziging vloeit voort uit de Europese Richtlijn 2006/24/EG (Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens).
Bij de voorbespreking van het voorstel in de Vaste commissie voor Justitie van de Eerste Kamer hebben verschillende fracties bedenkingen geuit over onder meer de kosten van bewaarplicht, de effectiviteit ervan als het gaat om het opsporen van criminele activiteiten en de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer wanneer behalve de verkeergegevens mogelijk ook de inhoud van gevoerde communicatie wordt opgeslagen. In de nadere memorie van antwoord ( EK 31.145, F ) is minister Hirsch Ballin van Justitie uitgebreid op deze bezwaren ingegaan. Toch neemt de Senaat ruim de tijd voor bespreking van de wetswijziging en het debat met de minister, waarvoor woordvoerders van zeven fracties zich hebben aangemeld. Ook vanaf de kant van de ISP's zijn grote bezwaren kenbaar gemaakt.

